Lebkuchenherzen
10-jan-2011
`Hmm… lekker!` zeiden mijn ouders, nadat ze een stukje Lebkuchenherz van de Keulse kerstmarkt hadden gegeten. Dit is een soort gekruide honingkoek.
Honingkoeken zijn, net als bier, oeroud. De oude Egyptenaren aten al een soort honingkoeken en ook de Romeinen aten panus mellitus, een brood dat voordat het de oven inging met honing werd bestreken.
Dat is wel andere koek, want de Ur-Lebkuchen komt uit een klooster in Ulm, dat het gebak 700 jaar geleden al bakte. De Neurenbergse Pfeffersäcke, de middeleeuwse kruidenhandelaren die zo heetten omdat ze bijna alle kruiden ‘peper’ noemden, haalden de specialiteit naar Neurenberg. Deze plek was heel handig, omdat klimaat en bodem erg geschikt zijn voor bijenteelt, en omdat de stad op een kruising van handelswegen ligt. Om dezelfde reden kennen ook Pulsnitz, Augsburg, Ulm, Keulen, Basel en München een lange Lebkuchen-traditie.
Lange tijd werd Lebkuchen ook in kloosters gebakken, omdat men dacht dat het gezond en helend was en bijvoorbeeld goed voor de spijsvertering. Het werd gezien als een geneesmiddel; niet als snoep en niet als voeding. Daardoor konden kloosterlingen de koeken ook tijdens het vasten voor Kerstmis eten.
Daarnaast speelde Lebkuchen ook op de boerderijen een belangrijke sociale rol in het middeleeuwse advent. Dan waren de rollen omgedraaid: de dienaren en knechten hadden het heft in handen, en de heersers moesten dienen. Iedereen at dan Lebkuchen: huisbewoners, gasten, armen en kinderen.
Maar wat zat er nou in? Oorspronkelijk smaakte de Lebkuchen vooral pittig en kruidig. Het basisrecept bestaat uit meel, eieren en honing. Daar worden dan allerlei dingen aan toegevoegd, bijvoorbeeld mint, nootmuskaat, of amandelen.
Mijn moeder vond de Lebkuchen zo lekker, dat ze besloot er zelf eentje te maken. Ze had een recept gevonden. Handig: meel of eieren waren niet nodig. Ook geen honing. Wel één kilo hart, lever en longen! ‘Letterlijk Lebkuchen,’ zei mijn vader, ‘we missen alleen nog hersenen en nieren!’ Gelukkig vond mijn moeder dit zelf ook wel wat vreemd, en toen ik vroeg, waar ze dan naar gezocht had, antwoordde ze: `Leberkuchen!´
Mijn moeder was wat geprikkeld toen het haar duidelijk werd. ‘Waarom gebruiken die Duitsers dan ook zulke gekke namen voor eten? Moet je daar eens om gevulde koeken vragen!` Zo´n vreemde naam is het nou ook weer niet, hoewel de onderzoekers het er niet helemaal over eens zijn waar de naam vandaan komt. Het komt of van het Latijnse woord libum, wat platte koek betekent. Of het komt van het Germaanse woord laib, wat brood betekent. In het Nederlands wordt het meestal vertaald met peperkoek, honingkoek of ontbijtkoek.
Thuis hebben we besloten het bakken van Lebkuchen aan de Duitsers over te laten en het gewoon bij Ouwe-wijven-koek te houden. Zouden ze dat in Duitsland ook kennen? Alte-Weiber-Kuchen? Volgend jaar dan toch maar weer Lebkuchen. Uit Duitsland. Daar kan je ze op iedere kerstmarkt kopen. Dus sla ik de volgende keer een grote voorraad in zodat we een heel jaar vooruit kunnen!
Elisabeth Lens is redacteur van de scholierenredactie van Duitslandweb.nl. Ze zit in de 5e klas van het Johan van Oldenbarnevelt gymnasium in Amersfoort.
Wil jij reageren op deze blog? Mail naar: scholierenredactie-dia [at] uva.nl