Exit neo-nazi's
De Duitse strijd tegen extreem-rechts
22-sep-2008
Nog altijd zijn Duitsers zeer gevoelig voor rechts-extremisme in hun land. Ze doen er alles aan om racisme tegen te gaan en associaties daarmee weg te nemen. Tot het WK Voetbal 2006 werd vaderlandsliefde zelfs vermeden, uit angst om nationalistisch over te komen.
Wie
weleens de Duitse media volgt, heeft ongetwijfeld de aandacht opgemerkt die aan
rechts-extremisme en het daaruit voortkomende geweld geschonken wordt. Een veel
gepubliceerd nieuwsbericht deze maand was het bericht dat een groep hackers,
‘Daten-Antifa’ genaamd, de server van ‘Blood and Honour’ heeft weten te hacken.
Dit is een van de grootste neo-nazi netwerken ter wereld.
Al acht jaar rust een verbod op het bestaan van ‘Blood and Honour’, een groepering die ooit is begonnen als nationalistisch muzieknetwerk in Engeland. De linksgeoriënteerde hackers wilden met hun actie namen onthullen van Duitsers die zeer actieve banden met de neonazi’s hebben om zo hun opsporing gemakkelijker te maken.
Uitstappers
Er zijn meer instanties en initiatieven die weerstand bieden tegen de ontwikkeling van rechts-extremisme, vooral in Duitsland. Zo biedt een Duits/Zweedse anti-nazi organisatie genaamd ‘Exit’ steun aan nazi’s die hun subcultuur willen verlaten. Het is voor mensen die in een rechts-extremistische subcultuur terecht zijn gekomen vrijwel onmogelijk om afstand te doen van deze scene. Vaak moeten uitstappers vrezen voor hun leven.
De Duitse afdeling van ‘Exit’ is opgericht door Ingo Hasselbach, een voormalige nazi-leider in de DDR, tevens auteur van onder meer ‘Fuhrer-Ex’. ‘Exit’ is een succesvol project tegen extreem-rechts. Toch is het de vraag of het project nog overheidssubsidie blijft ontvangen.
“We moeten duidelijk maken dat het mogelijk is om uit te stappen en ik daar ben ik het levende bewijs van“, zo verklaart Hasselbach in een interview met de Spiegel in 2001. Op de vraag of rechts-extremistische organisaties moeten worden verboden antwoordde hij: “Ik ben altijd tegen het verbieden van organisaties, mensen blijven dan op een illegale wijze georganiseerd, wat wellicht tot meer geweld leidt.”
Voedingsbodem
Maar hoe kan Duitsland dan deze strijd aangaan? De oplossing moet mijns inziens gezocht worden in de sociaal-economische omstandigheden die een voedingsbodem vormen voor een radicaal gedachtegoed. Het meest vatbaar zijn namelijk laagopgeleide mensen die in een benarde financiële situatie verkeren vanwege hoge werkloosheid. Met name wanneer er tegelijkertijd sprake is van een immigratiegolf van asielzoekers.
Na de Duitse eenwording had het oostelijke deel van het land het economisch erg moeilijk en voelde zich niet geaccepteerd. Er heerste grote werkloosheid vanwege de achtergebleven industrie. Het westen was juist welvarend en beschouwde het oosten als een last. West-Duitsland trok op dat moment veel immigranten aan, uit binnen- en buitenland. In het oosten vond men dat Duitsland de problemen in eigen land moest oplossen, dat wil zeggen: de armoede in het oosten, in plaats van te zorgen voor asielzoekers. Veel Oost-Duitsers dachten dat de buitenlanders alle banen hadden ingepikt, wat leidde tot vreemdelingenhaat.
Om dit aan te pakken is het dus noodzakelijk dat Duitsland extra aandacht besteedt aan de economie in de zwakke delen van het land. Minstens zoveel aandacht verdient ook het onderwijs. Zo vertelt Ingo Hasselbach in een interview met de ‘U.S. News & World Report’ in 1996 dat hij op school in de DDR niets leerde over de Holocaust. “Het eerste wat ik over de Holocaust hoorde was van het Gestapo-hoofd van Dresden tijdens mijn gevangenisstraf”, vertelt Hasselbach. “Hij vertelde me dat hij Dresden had opgeruimd en dat de Holocaust nooit had plaatsgevonden. Het is heel belangrijk om dit onderwerp op scholen te bespreken.”
Eén ding is zeker: Duitsland zal met man en macht proberen het rechts-extremisme de kop in te drukken.
Farbod zat in het schooljaar 2008-2009 in de Scholierenredactie van het Duitslandweb. Hij zat op Het Amsterdams Lyceum.