De Trabant is populairder dan ooit
‘Maatje’ kent grote opleving
28-jan-2008
Achttien jaar geleden viel de Muur. Op de voorpagina’s van kranten wereldwijd stonden foto’s van Oost-Duitsers die op de muur stonden, en in hun autootjes de grens overstaken. Dat autootje, zal wel uitsterven onder de moordende West-Duitse concurrentie, werd gedacht. Maar dat autootje, is niet zomaar een autootje.
Nee,
we hebben het hier over de Trabant. De Trabant was de meest gereden auto in het
voormalige Oost-Duitsland. Door westerlingen werd hij vaak veracht, om zijn
slechte kwaliteit. Maar hij hield het wel lang uit. De gemiddelde levensduur van
een Trabant is 28 jaar. Daar kunnen sommige moderne auto’s nog een puntje aan
zuigen.
Lange wachtlijst
De eerste Trabant kwam in 1957 op de markt. Omdat de auto vrij populair was, en de productie laag, ontstond er vrijwel direct een lange wachtlijst voor de Trabant. Hierin speelde ook een rol dat het een van de weinige automerken in Oost-Duitsland betrof, daar de andere Duitse merken, zoals Volkswagen en BMW, West-Duits waren. De wachtlijst was zo lang, dat ouders bij de geboorte van hun kind al een auto bestelden voor als hun kroost volwassen was. Ook lag de prijs van tweedehands Trabanten hoger dan nieuwe, omdat men zo lang op een nieuwe moest wachten.
Maatje van de familie
Voortgevloeid uit het prototype Zwickau P70, had de Trabant in het begin nog geen naam. De auto droeg nog de naam van de plek waar de fabriek stond. De naam Trabant is gekozen na een prijsvraag. Trabant is Duits voor zowel ‘trawant’ (in de zin van ‘maatje’), als ‘satteliet’. Dit was toepasselijk, omdat in 1957 de eerst Sovjet-satteliet werd afgevuurd, en omdat veel mensen hun auto als hun maatje zagen. Om de eerste echte Trabant P50 werd in het Westen nog niet gelachen. Destijds was de Trabant best een moderne auto, zelfs naar Westerse maatstaven. De achterstand werd pas opgelopen toen het Westen grote technologische ontwikkelingen doormaakte.
De fabriek had bovendien het nadeel dat men een metaaltekort had. Dit kwam door een embargo van het Westen. Hierdoor was het grootste deel van de Trabant gemaakt van een kunststof, genaamd Duroplast, die vooral bestond uit katoenvezels. Katoenvezels, omdat Rusland een overvloed had aan katoenvezels. Er zijn twee basismodellen van de Trabant. Eentje werd gemaakt van 1957 tot 1963, de ander van 1963 tot 1991. De Trabant was een zeer vervuilende auto. Hij stootte gemiddeld meer dan vijf keer zoveel koolstofmonoxide uit als een gemiddelde Europese auto anno 2007.
Het einde
Na de val van de Muur probeerde men de Trabant nog te redden. Men bracht een nieuw model (de 1.1) op de markt, met de (Westerse) motor van een Volkswagen Polo. Helaas werd dit geen succes. Ook kon de fabriek IFA, na de Duitse hereniging, de concurrentie met Westerse automerken niet aan. Na de hereniging wilde iedereen het liefst een echte sterke Volkswagen. Als gevolg hiervan sloot de fabriek in Zwickau in 1991 zijn poorten. Hiermee ging niet alleen de productie van de Trabant ten onder, maar ook twee andere, veel minder populaire, Oost-Duitse automerken gingen verloren. De Trabant was marktleider, voor zover er concurrentie bestaan kon in het communistische Oost-Duitsland. In totaal zijn er meer dan drie miljoen Trabanten gemaakt.
Maar gelukkig toch niet
Maar
de sluiting van de fabriek was niet het einde van het merk Trabant. Tegenwoordig
geniet het autootje grote populariteit. De Trabi, zoals hij liefkozend
wordt genoemd, maakt een groot deel uit van de tegenwoordig heersende
Ostalgie in, vooral, het voormalige Oost-Duitsland. Zo is er een
spelletje in Oost-Duitsland, dat als je een Trabant ziet je iemand moet knijpen.
Diegene mag dan een wens doen. Ook kan je allerlei prullaria kopen, die
betrekking heeft op de Trabant. Zo kan je de uitlaatgassen van een Trabant in
een blikje kopen. Ook zijn er T-shirts te koop, met een Trabant erop. De auteur
van dit stuk heeft zich in Weimar niet kunnen inhouden. Toch maar eentje
gekocht. Veel mensen zeggen "oh Trabant" of "ah een Trabi".
Zo is de reclameslogan ‘Kleinwagen mit grosser Zukunft’ misschien toch nog werkelijkheid geworden. Nee, de Trabant is nog lang niet uitgestorven.
Luuc zat in het schooljaar 2007-2008 in de Scholierenredactie van het Duitslandweb. Hij zat op het Barlaeus in Amsterdam.