- Centrale regering
- De grondwet BRD
- Federalisme
- politieke partijen
- Kiesstelsel
-
Uitslagen
- Algemeen
- Eerste Bondsdagverkiezingen, 14 augustus 1949
- Tweede Bondsdagverkiezingen, 6 september 1953
- Derde Bondsdagverkiezingen, 15 september 1957
- Vierde Bondsdagverkiezingen, 17 september 1961
- Vijfde Bondsdagverkiezingen, 19 september 1965
- Tussentijdse coalitiewissel, 30 september 1966
- Zesde Bondsdagverkiezingen, 28 september 1969
- Zevende Bondsdagverkiezingen, 19 november 1972
- Achtste Bondsdagverkiezingen, 3 oktober 1976
- Negende Bondsdagverkiezingen, 5 oktober 1980
- Tussentijdse coalitiewissel, 5 oktober 1982
- Tiende Bondsdagverkiezingen, 6 maart 1983
- Elfde Bondsdagverkiezingen, 25 januari 1987
- Twaalfde Bondsdagverkiezingen, 2 december 1990
- Dertiende Bondsdagverkiezingen, 16 oktober 1994
- Veertiende Bondsdagverkiezingen, 27 september 1998
- Vijftiende Bondsdagverkiezingen, 22 september 2002
- Zestiende Bondsdagverkiezingen, 18 september 2005
- Zeventiende Bondsdagverkiezingen, 27 september 2009
- DDR politiek en staatsinrichting
- Kanseliers
Zestiende Bondsdagverkiezingen: 18 september 2005
Coalitie: CDU/CSU en SPD
Bondskanselier: Angela Merkel (CDU)
Op één juli 2005 stelde bondskanselier Gerhard Schröder de vertrouwensvraag aan de Bondsdag. Schröder had al op 22 mei vervroegde verkiezingen aangekondigd. De avond dat de SPD een historische verkiezingsnederlaag leed in Noordrijn-Westfalen, de deelstaat waar de partij 39 jaar onafgebroken de dienst had uitgemaakt. De nederlaag betekende voor de SPD een sterk verzwakte positie in de Bondsraad, de landelijke vertegenwoordiging van de deelstaten, ten koste van de CDU. Schröder vreesde een permanente blokkering van zijn regeringsbeleid. Het werd voor rood-groen nagenoeg onmogelijk om de hervormingen van 'Agenda 2010' effectief door te voeren. Nadat het Bundesverfassungsgericht, het hoogste Duitse gerechtshof, in augustus Schröders vertrouwensvraag grondwettelijk achtte, konden de verkiezingen doorgang vinden. Er was geen duidelijke winnaar aan te wijzen, al had de CDU/CSU van Angela Merkel een procent en vier zetels meer dan de SPD van bondskanselier Schröder. Beide partijen verklaarden zich de winnaar van de verkiezingen. Het grote probleem werd de coalitievorming, aangezien de FDP (9,8 %) en Die Grünen (8,1 %) niet genoeg stemmenaandeel hadden om een coalitie mee te vormen. Een grote coalitie tussen CDU/CSU en SPD, met Angela Merkel als eerste vrouwelijke bondskanselier, was het gevolg.
kiesgerechtigden: 61,9 miljoen, opkomst 77,7 %, aantal zetels 614.
Partij Uitslag in % Uitslag in zetels
SPD 34,2 222
CDU/CSU 35,2 226
FDP 9,8 61
Die Linkspartei.PDS 8,7 54
Bündnis 90/Die Grünen 8,1 51