Het Duitse kiesstelsel
Algemeen
Kiezers in Duitsland brengen bij de Bondsdagverkiezingen twee stemmen uit. De eerste stem gaat naar een kandidaat uit het district van de kiezer, de tweede naar een partij. Daarmee is het Duitse kiesstelsel een mengvorm van een districtenstelsel zoals de Britten dat kennen en het principe van evenredige vertegenwoordiging zoals dat ook in Nederland geldt.
Duits stembiljet
-
© wikipedia/ChristianVisualBeoHorvat/cc
-
Stembiljet uit kiesdistrict 252 Würzburg voor de verkiezingen van 2005
Het Duitse kiessysteem vertoont grote verschillen ten opzichte van het Nederlandse systeem. De Duitse kiezer brengt twee keer zijn of haar stem uit. Met de eerste stem (Erststimme) kiest iemand een kandidaat in zijn of haar kiesdistrict volgens het meerderheidsprincipe (Mehrheits/Persönlichkeitswahl). De tweede stem (Zweitstimme) is voor een partij en daarbij geldt het principe van evenredige vertegenwoordiging (Verhältniswahl). De Bondsdagzetels worden verdeeld aan de hand van de Zweitstimme. Daarmee wordt berekend hoeveel zetels een partij heeft verworven op nationaal niveau. Daarna worden deze zetels verdeeld per deelstaat. Pas daarna wordt gekeken naar het aantal Erststimmen. Het aantal Direktmandaten wordt afgetrokken van het aantal mandaten waarop een partij in een deelstaat recht heeft volgens de tweede stem. Het aantal zetels dat overblijft wordt verdeeld onder de kandidaten die het hoogst op de landelijke lijst staan maar geen Direktmandaat hebben behaald. De tweede stem geeft dus de doorslag voor de zetelverdeling in de Bondsdag.
Een getallenvoorbeeld ter illustratie:
Het aantal Direktmandaten van partij A:
40. Deze 40 gekozen vertegenwoordigers van partij A nemen zitting in de
Bondsdag.
Aantal zetels volgens de landelijke lijst van partij A via de
Zweitstimme: 42
Partij A heeft volgens deze uitslag nog te verdelen 2 mandaten (42 minus 40).
Hoe worden deze verdeeld? De kandidaten die geen Direktmandat hebben
verworven en het hoogst op de landelijke lijst staan, hebben recht op de nog te
verdelen zetels.
Het kan voorkomen dat een partij meer Erststimmen heeft gehaald dan
Zweitstimmen. Een
voorbeeld:
Partij B heeft 20 Direktmandate
verworven, maar volgens de tweede stem slechts recht op 15 zetels. De 5
extra zetels hoeft de partij niet in te leveren en worden opgeteld bij het
totaal aantal zetels in de Bondsdag. Dit zijn de zogenaamde
Überhangmandate.
De Nederlandse kiezer kan in tegenstelling tot de Duitse kiezer slechts één stem uitbrengen. Het Nederlandse stelsel van evenredige vertegenwoordiging bevat geen elementen van het districtenstelsel. De Nederlandse kiezer brengt alleen een stem uit op een landelijke kandidatenlijst en niet op een regionale lijst. Hierdoor kunnen in Nederland geen Überhangmandate ontstaan. Elke partij die de kiesdeler haalt mag zitting nemen in de Tweede Kamer. Een 5 procent-drempel zoals die bestaat binnen het Duitse kiessysteem kennen we in Nederland niet.
In de linkerbalk vindt u de uitleg van het Duitse verkiezingsstelsel via een aantal sleutelbegrippen in alfabetische volgorde.