Regeringen en partijen in de deelstaten
Federalisme
In 2012 vinden er in twee deelstaten parlementsverkiezingen plaats: reguliere in Sleeswijk-Holstein op 6 mei en vervroegde in Saarland, op korte termijn. Daar viel begin januari de eerste zwart-geel-groene regering op deelstaatniveau (CDU, FDP, Groenen). Een overzicht van de regeringscoalities in de deelstaten en de partijen die in de parlementen vertegenwoordigd zijn.
Verkiezingsposter SPD Berlijn
-
© Duitslandweb
-
De laatste deelstaatverkiezing was in Berlijn, september 2011. Daar regeert burgemeester Wowereit (SPD) nu met de CDU.
De deelstaten hebben in het federale Duitsland veel zeggenschap. Ze voeren bijvoorbeeld hun eigen onderwijs- en cultuurbeleid en mogen zelfs meebeslissen over Europese aangelegenheden. Bovendien hebben de deelstaten ook invloed op de landelijke politiek via de Bondsraad, de vertegenwoordiging van de deelstaten in het parlement. Sinds CDU/CSU en FDP na de landelijke verkiezingen van 2009 zijn gaan regeren, hebben de partijen aan populariteit ingeboet. Dat bleek bij de deelstaatverkiezingen die sindsdien hebben plaatsgevonden en die de machtsverhoudingen in veel deelstaten hebben veranderd:
Baden-Württemberg
Bij
de verkiezingen van maart 2011 vond een politieke aardverschuiving plaats. De
CDU en FDP verloren zoveel stemmen dat ze niet meer samen verder konden regeren.
De Groenen werden voor het eerst in de Duitse politieke geschiedenis groter dan
de SPD en leverden, ook voor het eerst, de minister-president van de nieuwe
groen-rode coalitie. Hiermee kwam na 60 jaar een einde aan de macht van de CDU
in deze belangrijke Zuid-Duitse deelstaat.
Regering:
2011: De Groenen en de SPD o.l.v. minister-president Winfried Kretschmann
(Groenen)
2006: CDU en FDP
Vertegenwoordigd in het parlement (in
procenten):
2011: CDU (39), Groenen (24,2), SPD (23,1), FDP (5,3)
2006: CDU (44,2), SPD (25,2), Groenen (11,7), FDP (10,7)
Beieren
Decennialang
regeerde de CSU, de Beierse zusterpartij van Merkels CDU, alleen in de
Zuid-Duitse deelstaat. De CDU komt daar op de kieslijst nooit voor. In 2008
verloor de CSU bijna 20 procent van de stemmen en moest de partij voor het eerst
sinds 1962 een coalitie aangaan. Het werd de FDP, hoewel de nieuwe
centrumrechtse partij Freie Wähler met 10,2 procent van de stemmen ook in
aanmerking kwam.
Regering:
2008: CSU en FDP o.l.v. Horst Seehofer (CSU)
2003: CSU
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2008: CSU (43,4), SPD (18,6), FW (10,2), Groenen (9,4), FDP (8,0)
2003: CSU (60,7), SPD (19,6), Groenen (7,7)
Berlijn
Burgemeester
Wowereit (SPD) won in september 2011 voor de derde keer op rij de verkiezingen
in Berlijn. De Duitse hoofdstad is net als Bremen en Hamburg een zelfstandige
deelstaat. Op 24 november werd hij voor de vierde keer tot burgemeester gekozen.
Zijn SPD regeert er nu met de CDU. Onderhandelingen met De Groenen mislukten en
zijn regering met Die Linke kon Wowereit niet voortzetten. Daarvoor hadden de
partijen, die van 2002 tot 2011 samen regeerden, niet genoeg zetels. De
Piratenpartei kwam voor het eerst in een Duits deelstaatparlement: met 8,9
procent haalden de piraten de kiesdrempel van 5 procent veel ruimer dan de
peilingen hadden voorspeld. De FDP werd voor de vijfde keer in 2011 uit een
deelstaatparlement gestemd, de liberalen haalden slechts 1,8 procent.
Regering:
2011: SPD met CDU, o.l.v. burgemeester Wowereit (SPD)
2006: SPD en Die Linke o.l.v. burgemeester Wowereit (SPD)
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2011 (voorlopige uitslag): SPD (28,3), CDU (23,4), Groenen (17,6), Linke (11,7),
Piratenpartei (8,9)
2006: SPD (30,8), CDU (21,3), PDS/Die Linke (13,4), Groenen (13,1), FDP (7,6)
Brandenburg
Sinds
2002 is Matthias Platzeck (SPD) minister-president van de Oost-Duitse deelstaat
Brandenburg. Tot 2009 regeerden de sociaaldemocraten met de CDU, daarna ging de
SPD een coalitie aan met Die Linke. De Groenen en de FDP haalden in 2009 voor
het eerst sinds 1994 de kiesdrempel en keerden terug in het deelstaatparlement.
De extreem-rechtse DVU, die in 2004 nog 6 procent van de stemmen kreeg, en de
NPD bleven onder de kiesdrempel van 5 procent.
2009: SPD en Die Linke o.l.v. minister-president Matthias Platzeck (SPD)
2004: SPD en CDU
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2009: SPD (33,0), Die Linke (27, 2), CDU (19,8), FDP: (7,2), Groenen (5,7)
2004: SPD (31,9), Die Linke (28,0), CDU (19,4), DVU (6,1)
Bremen
De
verkiezingen van mei 2011 in Bremen, net als Berlijn en Hamburg een zelfstandige
deelstaat, won de SPD met 38,3 procent. De Groenen werden met 22,7 procent voor
het eerst groter dan de CDU. SPD en Groenen konden daarmee de regering
voortzetten die ze in 2007 waren begonnen. De FDP haalde met 2,6 procent de
kiesdrempel niet en viel daarmee na Saksen-Anhalt en Rijnland-Palts voor de
derde keer in 2011 buiten de boot. De Bremense partij BIW haalde 3,7 procent van
de stemmen maar kwam toch in het deelstaatparlement omdat voor deze regionale
partij de 5-procent-drempel niet geldt.
Regering:
2011: SPD en Groenen o.l.v. burgemeester Jens Böhrnsen (SPD)
2007: SPD en Groenen
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2011: SPD (38,6), CDU (20,4), Groenen (22,5), Die Linke (5,6), BIW (3,7)
2007: SPD (36,7), CDU (25,6), Groenen (16,5), Die Linke (8,4), FDP (6,0), BIW
(0,8)
Hamburg
Bij
de vervroegde verkiezingen in de deelstaat Hamburg in februari 2011 haalde de
SPD de absolute meerderheid. De CDU, die tot 2008 alleen regeerde, werd
gehalveerd. Het komt niet vaak voor dat de verhoudingen bij verkiezingen in
Duitsland zo drastisch veranderen. De vervroegde verkiezingen waren nodig omdat
de regering van CDU en Groenen - de eerste zwart-groene coalitie in een
deelstaat - in november 2010 was gevallen. De partijen kwamen onder meer niet
uit een conflict over het onderwijsbeleid. De FDP, die in 2008 de kiesdrempel
niet had gehaald, keerde weer terug in het parlement.
Regering:
2011: SPD onder leiding van minister-president Olaf Scholz (SPD)
2008: CDU en Groenen
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2011: SPD (48,4), CDU (21,9), FDP (6,7), Groenen/GAL (11,2) Linke (6,4)
2008: SPD (34,1), CDU (42,6), Groenen/GAL (9,6), Linke (6,4)
Hessen
De
verkiezingen van januari 2009 maakten een einde aan de politieke impasse waar
Hessen een jaar eerder in terecht was gekomen. In 2008 werd de CDU weliswaar de
grootste partij, maar kon getalsmatig geen coalitie met de gewenste partner FDP
aangaan. Met de SPD wilden de christendemocraten niet regeren. Ook de SPD, 0,1
procent kleiner dan de CDU, lukte het niet een regering te vormen, omdat
samenwerking met Die Linke te omstreden bleek. Uiteindelijk waren nieuwe
verkiezingen in 2009 onvermijdelijk. De CDU won er 0,4 procent bij, de FDP
boekte een enorme winst (bijna 7 procent meer dan in 2008), waardoor ze alsnog
samen verder konden. De SPD leed de zwaarste nederlaag ooit in de jarenlang
'rode' deelstaat.
Regering:
2009: CDU en FDP o.l.v. minister-president Volker Bouffier (CDU, volgde in 2010
partijgenoot Roland Koch op)
2008: Demissionaire regering van CDU en FDP
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2009: CDU (37,2), SPD (23,7), FDP (16,2), Groenen (13,7), Die Linke (5,4)
2008: CDU (36,8), SPD (36,7), FDP (9,4), Groenen (7,5), Die Linke (5,1)
Mecklenburg-Voorpommeren
Bij
de deelstaatverkiezingen van september 2011 verloor de CDU van kanselier Merkel.
De SPD won, net als Die Linke en de Groenen. De extreem-rechtse NPD verloor,
maar haalde net als in 2006 de kiesdrempel. De FDP haalde de 5 procent niet en
is nu niet meer vertegenwoordigd in het deelstaatparlement. De SPD besloot de
coalitie met de CDU, begonnen in 2006, voort te zetten.
Regering:
2011: SPD en CDU o.l.v. minister-president Erwin Sellering (SPD)
2006: SPD en CDU
Vertegenwoordigd in het parlement: (in procenten)
2011: SPD (35,7), CDU (23,1), Die Linke (18,4), Groenen (8,4), NPD (6,0),
2006: SPD (30,2), CDU (28,8), Die Linke(16,8), NPD (7,3), FDP (9,6)
Nedersaksen
Nedersaksen
was jarenlang de deelstaat van de huidige bondspresident Christian Wulff (CDU).
Hij was er van 2003 tot 2010 minister-president. In 2008 verloor zijn partij
weliswaar maar bleef de grootste en kon de coalitie met de FDP voortzetten. De
Linke haalde voor het eerst in Nedersaksen de kiesdrempel en kwam in het
parlement. Toen Wulff in 2010 de plotseling vertrokken president Köhler
opvolgde, werd zijn partijgenoot en CDU-voorzitter in Nedersaksen David
McAllister de nieuwe minister-president.
Regering:
2008: CDU en FDP o.l.v. minister-president David McAllister (CDU, volgde in 2010
Christian Wulff op)
2003: CDU en FDP
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2008: CDU (42,5), SPD (30,3), FDP (8,2), Groenen (8,0), Linke (7,1)
2003: CDU (48,3), SPD (33,4), FDP (8,1), Groenen (7,6)
Noordrijn-Westfalen
De
uitslag van de verkiezingen van mei 2010 liet eigenlijk alleen een coalitie van
CDU en SPD toe: de CDU van Jürgen Rüttgers verloor veel stemmen maar was net
iets groter dan de SPD. Maar met elkaar wilden ze niet en met de FDP, de enige
partner waar de CDU mee wilde samenwerken, hadden de christendemocraten geen
meerderheid. De SPD probeerde vervolgens driepartijencoalities met de Groenen,
Die Linke en de FDP - voor een coalitie met alleen de Groenen kwam de partij 1
zetel tekort - maar ook dat liep op niets uit. Uiteindelijk besloot Die Linke,
voor het eerst in het deelstaatparlement van NRW gekozen, een
minderheidsregering van SPD en Groenen te steunen.
Regering:
2010: SPD en Groenen met gedoogsteun van Die Linke o.l.v. minister-president
Hannelore Kraft (SPD)
2006: CDU en FDP
Vertegenwoordigd in het parlement:
2010: CDU (34,6), SPD (34,5), Groenen (12,1), FDP (6,7), Linke (5,6)
2005: CDU (44,8), SPD (37,1), Groenen (6,2), FDP (6,2)
Rijnland-Palts
De
SPD van Kurt Beck verloor in maart 2011 haar absolute meerderheid in
Rijnland-Palts. De partij besloot een coalitie aan te gaan met De Groenen, die
net als in Baden-Württemberg een enorme winst behaalden. Rijnland-Palts is de
deelstaat waar voormalig CDU-kanselier Helmut Kohl vandaan komt. Tot 1991 was de
CDU er de grootste partij.
Regering:
2011: SPD en Groenen o.l.v. Kurt Beck (SPD)
2006: SPD
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2011: SPD (35,7), CDU (35,2), Groenen (15,4)
2006: SPD (45,6), CDU (32,8), FDP (8,0)
Saarland
In
Saarland viel begin januari 2012 de eerste en totnogtoe enige zogeheten
Jamaica-coalitie in een deelstaat: een regering van CDU, FDP en Groenen. Deze
zwart-geel groene coalitie regeerde sinds 2009. Minister-president Annegret
Kramp-Karrenbauer (CDU) noemde de ontredderde staat van de FDP de oorzaak van de
breuk. Ze probeerde een nieuwe coalitie met de SPD te vormen, maar dat mislukte.
Binnenkort vinden nieuwe verkiezingen plaats. Tot 2009 regeerde de CDU alleen.
In 2009 verloor de partij 13 procent en kwam Die Linke met 21,3 procent als
grote winnaar uit de bus. Dat kwam mede door het thuisvoordeel van Linke-leider
Oskar Lafontaine, die in de jaren tachtig en negentig, toen nog voor de SPD,
minister-president van de deelstaat was. Saarland leek in 2009 af te stevenen op
een rood-rood-groene coalitie, maar De Groenen weigerden uiteindelijk hun
medewerking omdat ze geen vertrouwen hadden in Lafontaine en gingen met de CDU
en FDP in zee.
Regering:
2009-2012: CDU, FDP en Groenen o.l.v. Annegret Kramp-Karrenbauer (CDU,
volgde in 2011 Peter Müller op, die zich terugtrok uit de politiek)
2004: CDU
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2009: CDU (34,5), SPD (24,5), Linke (21,3), FDP/DPS (9,2), Groenen (5,9)
2004: CDU (47,5), SPD (30,8), Groenen (5,6), FDP/DPS (5,2)
Saksen
Bij
de verkiezingen van 2009 kwam de CDU als winnaar uit de bus. De partij regeerde
tot dan toe met de SPD maar besloot de sociaaldemocraten in te ruilen voor de
liberale FDP, hetgeen een maand later ook op landelijk niveau gebeurde. De
extreem-rechtse NPD haalde met 5,6 de kiesdrempel en kwam daarmee in het
Saksische parlement.
Regering:
2009: CDU en FDP o.l.v. minister-president Stanislaw Tillich (CDU)
2004: CDU en SPD
Vertegenwoordigd in het parlement:
2009: CDU (40,2), Linke (20,6), SPD (10,4), FDP (10,0), Groenen (6,4), NPD (5,6)
2004: CDU (41,1), PDS/Linke (23,6), SPD (9,8), NPD (9,2), FDP (5,9), Groenen
(5,1)
Saksen-Anhalt
Hoewel
de CDU verloor bij de verkiezingen van maart 2011 bleef ze de grootste partij en
kon ze de coalitie met de SPD voortzetten, die ze in 2006 was begonnen. De
Groenen, die in 2006 de kiesdrempel niet haalden, kwamn terug in het parlement,
mede dankzij het kernenergiedebat dat na de kernramp in Japan vlak voor de
verkiezingen was opgelaaid. De FDP haalde in tegenstelling tot 2006 de
kiesdrempel niet en ook de NPD lukte het niet in het deelstaatparlement te
komen.
Coalitie:
2011: CDU en SPD o.l.v. minister-president Reiner Haseloff (CDU)
2006: CDU en SPD
Vertegenwoordigd in het parlement:
2011: CDU (32,5), Linke (23,7), SPD (21,5), Groenen (7,1)
2006: CDU (36,2), PDS/Linke (24,1), SPD (21,4), FDP (6,7)
Sleeswijk-Holstein
CDU
en FDP haalden bij de verkiezingen van 2009 een hele kleine meerderheid. Daarmee
was de weg vrij voor een zwart-gele regering. De verkiezingen vonden plaats
omdat de grote coalitie van CDU en SPD eerder dat jaar uitelkaar was gevallen.
Binnen deze coalitie bestond geen vertrouwensbasis meer, oordeelden de
christendemocraten. Bij de nieuwe verkiezingen kwam Die Linke voor het eerst in
het parlement van Sleeswijk-Holstein. Het Südschleswigse Wählerverband haalde
4,3 procent van de stemmen maar kwam toch in het deelstaatparlement omdat voor
deze partij de 5-procent-drempel niet geldt.
Regering:
2009: CDU en FDP o.l.v. minister-president Peter Harry Carstensen (CDU)
2005: CDU en SPD
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2009: CDU (31,5), SPD (25,4), FDP (14,9), Groenen (12,4), Die Linke (6,0),
Südschleswigse Wählerverband (4,3)
2005: CDU (40,2), SPD (38,7), FDP (6,6), Groenen (6,2), Südschleswigse
Wählerverband (3,6)
Thüringen
De
CDU verloor in het Oost-Duitse Thüringen bij de verkiezingen van 2009 de
absolute meerderheid en kon voor het eerst sinds 1999 niet meer alleen regeren.
Minister-president Dieter Althaus trok zijn conclusies en legde zijn ambt neer.
Althaus was al aangeslagen door zijn betrokkenheid bij een ski-ongeluk enkele
maanden voor zijn aftreden waarbij een dode viel. Vooral Die Linke (27,4 procent
van de stemmen) en de SPD (18,5 procent) wisten te profiteren van het verlies
van de christendemocraten. CDU en SPD vormen sinds 2009 een zogeheten grote
coalitie.
Regering:
2009: CDU en SPD o.l.v. minister-president Christine Lieberknecht (CDU)
2004: CDU
Vertegenwoordigd in het parlement (in procenten):
2009: CDU (31,2), Linke (27,4), SPD (18,5), FDP (7,6), Groenen (6,2)
2004: CDU (43,0), PDS/Linke (26,1), SPD (14,5)
Afbeeldingen kaartjes deelstaten: Wikipedia/David Liuzzo/cc