© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Neutraliteit in oorlogstijd   (1914-1918)

In de zomer van 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. De Nederlandse regering deed er alles aan om neutraal te blijven in deze oorlog. Nederland had zich niet aangesloten bij een bondgenootschap. De gedachte hierachter was dat Engeland en Duitsland het zich geen van beide konden veroorloven om het strategisch belangrijke Nederland aan te vallen. Zolang Nederland zich niet bij een bondgenootschap aansloot, bestond er een evenwicht dat de neutraliteit van Nederland waarborgde.

Duitsland was oorspronkelijk van plan om via België én Zuid-Limburg - Nederlands grondgebied dus - Frankrijk aan te vallen (het zogenaamde Schlieffenplan). Een schending van dit grondgebied had onvermijdelijk het einde van de Nederlandse neutraliteit betekend. De Duitse regering vond het echter uiteindelijk van groter belang om Nederland buiten de oorlog te houden en dus alleen via België Frankrijk binnen te vallen. Duitsland zag drie voordelen in het behouden van de Nederlandse neutraliteit; ten eerste konden de Nederlandse neutrale en dus voor iedereen toegankelijke havens goederen naar Duitsland doorsluizen. Ten tweede was de Duitse voedselvoorziening voor een belangrijk deel afhankelijk van de Nederlandse landbouwproducten. Ten derde, maar niet minder belangrijk, betekende een neutraal Nederland een buffer tegen een mogelijke geallieerde aanval in de rug.

Wilhelm IINederland slaagde er gedurende de Eerste Wereldoorlog in neutraal te blijven. Deze neutraliteit kwam wel een aantal keren in gevaar. Zo had Nederland in februari/maart 1917 twee Duitse onderzeeboten, die in Nederlandse wateren waren gekomen, in beslag genomen. De Duitse marineleiding was hier zo kwaad over, dat zij bij de Duitse regering erop aandrong militair in te grijpen. Dit had zonder meer oorlog betekend, maar de Duitse keizer Wilhelm II vond een neutraal Nederland te belangrijk. Op het rapport van de marineleiding schreef hij de beroemd geworden zin: "Holland ist in Ruhe zu lassen!" (Nederland moet met rust worden gelaten!). Nadat de Eerste Wereldoorlog was beëindigd, vluchtte de Duitse keizer Wilhelm II naar Nederland. De Nederlandse regering verleende hem asiel en weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden. Zij oefenden weliswaar druk uit op Nederland om hem uit te leveren, maar de zaak liep uiteindelijk met een sisser af. Wilhelm kon in Nederland blijven zonder dat hieraan voor Nederland consequenties verbonden waren.

Duitslandweb
feed link