© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Haat, herstel en handel   (1945-1949)

De Nederlandse politiek ten aanzien van Duitsland werd in de eerste jaren na de oorlog gekenmerkt door enerzijds wrok en anderzijds het streven naar herstel van de economische betrekkingen. Nederland lag voor een deel in puin en de Nederlandse regering eiste herstelbetalingen van Duitsland, in totaal 11,34 miljard euro, en annexatie van Duitse gebieden. Daarnaast wilde Nederland alle Duitsers het land uitzetten. Al snel bleek echter dat de geallieerde mogendheden niet akkoord gingen met grote gebiedsuitbreidingen van Nederland ten koste van Duitsland en ook grote herstelbetalingen niet accepteerden. Ook de verdrijving van Duitsers uit Nederland stonden zij maar beperkt toe. In 1947 stopte de uitzetting van Duitsers geheel nadat de Nederlandse publieke opinie zich tegen het uitzettingsbeleid keerde.

Ruwweg kunnen in de jaren daarna - naast de pogingen om schadevergoeding van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) te krijgen - twee hoofdlijnen van het Nederlandse beleid ten opzichte van de BRD worden aangegeven. Ten eerste wilde de Nederlandse regering bescherming tegen een mogelijk hernieuwde Duitse agressie. Ten tweede streefde Nederland naar een herstel van de economische betrekkingen met de BRD.

Logo NATOBescherming tegen mogelijke hernieuwde agressie zocht Nederland in een militair bondgenootschap tussen de Verenigde Staten en West-Europa en in verregaande samenwerking tussen de West-Europese landen. Dit betekende een breuk met de traditionele neutraliteitspolitiek, die in 1940 zo gefaald had. Het Atlantisch bondgenootschap kreeg in 1949 vorm in de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO). De Verenigde Staten garandeerden in dit verdrag dat zij de West-Europese landen in geval van oorlog te hulp zouden komen. De West-Europese samenwerking vond haar eerste uitwerking in de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) waarin Frankrijk, Italië, West-Duitsland en de Benelux-landen samenwerkten.

Naast bescherming tegen mogelijke Duitse agressie wilde de Nederlandse regering zo snel mogelijk de economische betrekkingen met Duitsland herstellen. De geallieerden hadden tijdens de oorlog enige tijd het plan gehad om van Duitsland een voornamelijk agrarisch land te maken om zo de Duitse (oorlogs-)industrie geheel buiten spel te zetten. Nederland had zich hiertegen verzet, omdat dit uiterst ongunstig zou zijn geweest voor de Nederlandse economie.