© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Erkenning van de DDR

Honecker bezoekt het rijksmuseumNa 1964 groeide in Nederland de kritiek op de niet-erkenningspolitiek, die voorheen alleen door kleine partijen als de CPN ter discussie was gesteld. In de PvdA vonden al eind 1966 en in 1967 uitvoerige discussies over de erkenningskwestie plaats. Hierbij ging het met name om de vraag of de DDR erkend moest worden en of aan erkenning voorwaarden moesten zijn verbonden. In de erkenningsdiscussie waren binnen de PvdA drie groepen te onderscheiden: tegenstanders, voorstanders van onvoorwaardelijke erkenning en voorstanders van erkenning onder voorwaarden. De discussie sleepte zich lange tijd voort en men kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het niet meer ging om de vraag óf de DDR erkend moest worden, maar wanneer. Ook in andere politieke partijen ontstonden in de loop der tijd dergelijke discussies.

Met het aantreden van BRD-bondskanselier Willy Brandt eind 1969 en diens neue Ostpolitik werd duidelijk dat de regering Brandt op termijn de DDR wilde erkennen. De noodzaak voor Kamerdebatten in Nederland verdween daardoor enigszins: regering en oppositie kwamen uiteindelijk overeen het tijdstip en de voorwaarden van een Nederlandse erkenning van de regering Brandt te laten afhangen. Nadat de Bondsrepubliek en de DDR op 21 december 1972 het Basisverdrag waarin de BRD de DDR erkende ondertekenden, was de Nederlandse erkenning van de DDR op 5 januari 1973 eigenlijk niet meer dan een formaliteit.

Duitslandweb
feed link