Nederlands-Duitse betrekkingen
In deze tijden van samenwerking in West-Europa konden de Nederlands-Duitse betrekkingen zich aanzienlijk verbeteren. De financiële kwesties met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en het vraagstuk van annexatie werden in 1960 geregeld in de Nederlands-West-Duitse verdragen. Na jaren van moeizame onderhandelingen zag Nederland uiteindelijk af van grenscorrecties en de BRD betaalde 127,1 miljoen euro aan schadevergoedingen. Nederland mocht ook de in 1945 in beslag genomen Duitse tegoeden houden. In totaal heeft de BRD - met inbegrip van deze tegoeden - bijna 0,91 miljard euro aan schadevergoedingen betaald.
Verder werd de zogenaamde Eems-Dollard-kwestie geregeld. Deze kwestie over het beheer van de Eemsmonding had ook vóór de bezetting al gespeeld. Er werd een commissie ingesteld die het beheer van de rivier de Eems moest regelen. De Tweede Kamer in Nederland was niet tevreden met de uitkomsten van de verdragen - veel Nederlanders vonden dat de oorlogsslachtoffers meer geld moesten krijgen van de Duitsers - maar nam ze wel aan om de verhoudingen met West-Duitsland niet te schaden.
Het staatsbezoek van de Duitse bondspresident Gustav Heinemann aan Nederland in 1969 betekende voor veel Nederlanders de uiteindelijke bezegeling van het normaliseringsproces met de Bondsrepubliek. Het bezoek bekrachtigde de ratificering van een verdrag waarmee alle nog uit de oorlog stammende bilaterale kwesties werden opgelost en als het ware op politiek niveau een streep onder het verleden werd gezet. Begin jaren zeventig volgde een tegenbezoek van Koningin Juliana aan Duitsland. In de jaren tachtig volgden verschillende bezoeken over en weer van Koningin Beatrix, bondspresident Richard von Weizsäcker en bondskanselier Helmut Kohl.