Werkloosheid en de belangstelling voor het poldermodel
Aangezien de Duitse economie tot de jaren tachtig een bloeiperiode doormaakte, gold het land als hét schoolvoorbeeld voor andere Europese landen. Sinds de Duitse vereniging doen zich echter grote problemen voor in Duitsland. De structuurveranderingen in het voormalige Oost-Duitsland en in de verouderde industrie in bijvoorbeeld het Ruhrgebied leidden tot een afname van de werkgelegenheid. Ook kent Duitsland een stelsel van hoge premie- en belastingdruk en uitgebreide regelgeving, dat remmend werkt op de economische dynamiek.
Bovendien bleken de kosten voor de Duitse eenwording veel hoger dan aanvankelijk voorzien. Er moet daardoor nog steeds veel geïnvesteerd worden in Oost-Duitsland, wat gedeeltelijk ten koste gaat van de overheidsinvesteringen in het westelijk deel van Duitsland. Verder steeg de werkloosheid met name in de nieuwe deelstaten (het gebied van de voormalige DDR) snel doordat hier na de eenwording moest worden omgeschakeld van een planeconomie naar een sociale markteconomie. Door de herstructurering en overnames die hiervoor nodig waren ging een groot aantal arbeidsplaatsen verloren.
In Nederland was de werkloosheid tot het einde van de jaren tachtig hoger dan in Duitsland, maar tussen 1994 en 2001 daalde de werkloosheid in Nederland. Die trend heeft zich door de economische recessie na 2001 niet doorgezet. Het percentage werklozen in Nederland steeg van 3,5 procent in 2001 naar 6,5 procent eind 2005. In december 2005 waren 485.000 Nederlanders werkloos. In Duitsland kwam de recessie veel harder aan. Daar steeg de werkloosheid naar een top van rond de vijf miljoen in 2006. Dat is 8,8% van de beroepsbevolking. Het Oosten is daarbij een stuk slechter af dan het Westen: in West-Duitsland ligt de werkloosheid op 8 procent, in het Oosten op 12. De regering van kanselier Merkel heeft deze trend vooralsnog geen halt kunnen toeroepen.
Begin jaren negentig keek Duitsland met belangstelling naar Nederland. De flexibiliteit van de arbeidsmarkt en het poldermodel (de overlegcultuur tussen werknemers en werkgevers waarbij men relatief snel bereid is een compromis te sluiten) werden door Duitse publicisten en economen als mogelijke oplossingen voor de Duitse problemen met de arbeidsmarkt gezien. Van de invoering van een Duits poldermodel is het echter nooit gekomen. Duitsland bleek eenvoudig te groot. Bovendien raakte het Nederlandse model uit de mode toen ook in Nederland de recessie toesloeg.