Reacties op het Clingendael-onderzoek
Zowel in Nederland als in de Bondsrepubliek kwamen veel reacties los naar aanleiding van het Clingendael-onderzoek. Het moest nou maar eens afgelopen zijn met die anti-Duitse houding in Nederland, die alleen maar negatieve gevolgen kon hebben op de Nederlands-Duitse betrekkingen, was de mening van velen. De toenmalige Nederlandse ambassadeur in Bonn, Peter van Walsum, ging zelfs zo ver de anti-Duitse houding de nationale variant van vreemdelingenhaat te noemen.
Toch probeerde men de resultaten van het Clingendael-onderzoek ook enigszins te relativeren. Ten eerste wezen de onderzoekers erop dat de enquête gehouden was in een periode dat in de Duitsland een aantal aanslagen op buitenlanders was gepleegd door extreem-rechtse groepen, waarover de Nederlandse media uitgebreid berichtten. Over deze aanslagen bestond in Nederland, net als in de rest van de wereld, grote verontwaardiging, wat de resultaten van het Clingendael-onderzoek zeker heeft beïnvloed. Ten tweede moest de 'anti-Duitse' houding in Nederland vooral gezien worden in het licht van de tweeslachtigheid die de houding van het kleine Nederland ten opzichte van de grote buur altijd al heeft gekenmerkt. Aan de ene kant leeft het besef dat Duitsland ontzettend belangrijk is voor Nederland, aan de andere kant bestaat de angst voor overheersing van het grote buurland - een verschijnsel dat overigens niet alleen aan Nederland is voorbehouden. De ervaring met en de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog hebben de gevoeligheid ten opzichte van Duitsland bij veel Nederlanders nog versterkt.
Op economisch en politiek gebied is de Nederlands-Duitse verhouding altijd al hecht geweest. De laatste decennia zijn de betrekkingen alleen maar inniger geworden. Denk bijvoorbeeld aan het Nederlands-Duitse legerkorps, of de bloeiende handel tussen beide landen en de miljoenen Nederlandse en Duitse toeristen die jaarlijks het buurland bezoeken. De anti-Duitse gevoelens in Nederland hebben kennelijk niet zo veel invloed gehad op de dagelijkse betrekkingen tussen Nederland en de Bondsrepubliek.
Toch was er volgens velen reden voor bezorgdheid. Het Clingendael-onderzoek veroorzaakte veel negatieve publiciteit in Duitsland en de handelscontacten tussen Nederland en Duitsland zouden in de toekomst ernstig kunnen lijden onder de anti-Duitse houding. De verhouding tussen de twee landen kwam ook op gespannen voet te staan toen in de zomer van 1993 meer dan één miljoen Nederlanders een kaart met het opschrift 'Ik ben woedend' naar de Duitse bondskanselier Helmut Kohl stuurden. Dit deden zij naar aanleiding van een extreem-rechtse aanslag op een Turkse familie in het Duitse Solingen. De kaartenactie, op touw gezet door het radioprogramma Breakfast-club, werd niet erg gewaardeerd in Duitsland. De actie werd ervaren als een morele terechtwijzing vanuit het buurland waar men niet op zat te wachten. In Duitsland vonden drukbezochte protesten en demonstraties tegen de aanslag plaats, die echter in de Nederlandse media weing aandacht kregen.