© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Debatten tussen Oost en West

Literatuur na 1989

In de jaren negentig werd de literatuur gedomineerd door twee grote debatten: de Deutsche Literaturstreit en het Stasi-debat.

Christa Wolf


De Deutsche Literaturstreit begon met de publicatie van Christa Wolfs ‘Was bleibt’ (1990). Het boek verscheen in 1990 maar was al in 1979 geschreven. Christa Wolf vertelt in het boek over de nietsontziende Stasi-bewaking waar zij in de DDR mee te maken kreeg. Verschillende literatuurcritici verweten Wolf dat ze haar rol in de DDR achteraf wilde goedpraten. De kritiek had niet alleen betrekking op Wolf, maar op alle Oost-Duitse schrijvers. Die werden bespottend Staatsdichter genoemd. Ze zouden zich met hun kunst hebben aangepast aan het heersende regime. Het debat over de DDR-literatuur werd gedomineerd door literatuurcritici in de West-Duitse media. Het veroorzaakte een zekere polarisatie van Oost- en West-Duitse meningen.

In 1991 nam de voormalige DDR-publicist en zanger Wolf Biermann de belangrijke Georg- Büchner- Preis in ontvangst. In zijn dankrede beschuldigde hij de schrijver Sacha Anderson, een prominent lid van de oppositionele schrijversgroep Prenzlauer Berg, ervan voor de Stasi te hebben gewerkt. Daarop volgde een hardnekkige discussie over wie er al dan niet voor de Stasi had gewerkt. Het debat leidde tot een hele reeks boeken over dit thema met als hoogtepunt de autobiografie van Anderson ‘Sacha Anderson’ (2002). In dit boek spreekt de schrijver open over de dubbelrol die hij als informant speelde binnen de oppositionele schrijversgroep.

Duitslandweb
feed link