De Bondsrepubliek Duitsland (1945-1949)
"Het
was vlak na de oorlog zo ongelooflijk zwaar zelfs om maar een half kantje proza
te schrijven." Dit verzuchtte de Duitse schrijver
Heinrich Böll, toen hij
terugblikte op de periode vlak na de
Tweede Wereldoorlog. In
deze jaren bevond Duitsland zich in uiterst beroerde omstandigheden. De steden
waren verwoest, miljoenen mensen waren gedood of op de vlucht. Er heerste een
stemming van ontgoocheling, rouw en woede. Literaire werken die deze
uitzichtloze situatie destijds schetsten waren bijvoorbeeld Hermann Kasacks
roman 'Die Stadt hinter dem Strom' (1946) - een surrealistische beschrijving van
een dodenstad - en Wolfgang
Borcherts 'Draußen vor der Tür' (1947). De schrijvers zagen zich bovendien
nog met een praktisch probleem geconfronteerd; het papier was schaars en stond
onder rantsoen bij de bezettingsmachten. Dit bood de geallieerden direct de
gelegenheid om alle publicaties te
controleren in het
teken van denazificatie.