- Inleiding
- Duitse geschiedenis tot 1815
- Duitse eenwording: 1815-1871
- Keizerrijk: 1871-1888
- Keizerrijk: 1888-1914
- WO I: 1914-1918
- Weimar Republiek: 1919-1933
- Derde Rijk tot 1939
- WO II: 1939-1945
- Stunde Null: 1945-1949
- BRD Wirtschaftswunder: 1949-1966
- BRD Ostpolitik en RAF: 1966-1982
- BRD Kohl: 1982-1989
- DDR tot bouw Muur: 1949-1961
- DDR tot val Ulbricht: 1961-1971
- DDR onder Honecker: 1971-1989
- Hereniging: 1989-1990
Uitsluiting en vervolging
Derde Rijk tot 1939
De nazi’s beschouwden de Joden als een bedreiging van het eigen ras. Joden moesten uit ‘rassenhygiënische’ overwegingen worden uitgesloten van deelname aan het maatschappelijke verkeer. Homoseksuelen, Sinti, Roma en geestelijk of lichamelijk gehandicapten werden evenmin geaccepteerd. Met steeds nieuwe maatregelen werden zij buiten de samenleving geplaatst.
Kristallnacht
-
© Bundesarchiv, Bild 146-1970-083-42
-
Door nazi's vernielde Joodse winkels in Magdeburg, november 1938.
In 1933 woonden in Duitsland ongeveer een half miljoen Joden. Hitler zag hen als de belangrijkste bedreiging voor de Duitsers: zij zouden zelfs in belangrijke mate bijgedragen hebben aan het verlies van de Eerste Wereldoorlog.
In ‘Mein Kampf’ schreef hij al uitgebreid over de ‘joods-bolsjewistische samenzwering’ en over de bedreiging die vooral gemengde huwelijken vormden voor de ‘zuiverheid’ van het Duitse ras. Na de machtsovername in 1933 bleek dat het menens was. Zo werd op 1 april 1933 een algemene Juden-Boykott afgekondigd tegen Joodse winkeliers. Kort daarna werden alle Joodse ambtenaren ontslagen. In 1935 werden de Neurenberger wetten uitgevaardigd waarin was bepaald dat Joden niet meer met personen van Duits bloed mochten trouwen. Joden werden gedegradeerd tot tweederangsburgers en buiten de ‘volksgemeenschap’ geplaatst.
De Jodenhaat bereikte een voorlopig dieptepunt tijdens de Kristallnacht van 9 november 1938, een door de nazi’s geregisseerde pogrom waarin opgehitste massa’s in heel Duitsland joodse huizen, winkels en synagogen aanvielen en vernielden. Zo’n 26 duizend Joden werden opgepakt en in concentratiekampen gezet en tientallen Joden werden vermoord. Aanleiding voor het door de nazi’s georganiseerde geweld was een aanslag van een zeventienjarige Joodse jongen op een Duitse diplomaat in Parijs.
In Duitsland spreekt men niet meer van Reichskristallnacht maar van Novemberpogrome, omdat de eerste term afkomstig is van de nazi’s zelf en de tweede de lading beter dekt. Veel Joden probeerden Duitsland te ontvluchtten. Dat was niet eenvoudig: de meeste Europese staten, waaronder ook Nederland, lieten maar een beperkt aantal Joodse vluchtelingen toe.
Euthanasieprogramma
Niet alleen de Joden waren slachtoffer van de nazi's. Ook Sinti, Roma, homoseksuelen en gehandicapten werden gediscrimineerd, vervolgd en gedood. Om het ‘Duitse ras te beschermen tegen onzuivere elementen’ begonnen de nazi’s al in 1933 met gedwongen sterilisaties.
In 1939, na de inval in Polen, werd een omvangrijk ‘euthanasieprogramma’ ontwikkeld, na de oorlog ook Aktion T4 genoemd, naar de Berlijnse villa in de Tiergartenstrasse 4, van waaruit het programma werd gecoördineerd. Het zou een grimmige voorbode blijken van de Shoah (Hebreeuws: ‘totale uitroeiing’).
Nadat
eerst vooral geestelijk en lichamelijk gehandicapte jonge kinderen door
injecties, medicijnen, uithongering en de kogel werden vermoord, werden tussen
januari 1940 en september 1941 tienduizenden volwassen gehandicapten,
ongeneeslijk zieken en psychiatrische patiënten vergast door koolmonoxide.
Afbeelding:
Geestelijk gehandicapte.
Foto uit 1934, tentoongesteld in Berlijn op de nazistische tentoonstelling
‘Erbkrank!’
Bron: Bundesarchiv, Bild 102-15662