© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Schmidt: recessie en EMS

BRD Ostpolitik en RAF: 1966-1982

De nieuwe SPD-kanselier Helmut Schmidt kampte een groot deel van zijn regeerperiode (1974-1982) met grote economische problemen. In eerste instantie leek hij deze met succes te bestrijden, maar eind jaren zeventig begon een nieuwe recessie.

Oliecrisis

Oliecrisis

De oliecrisis van 1973 had voor de exportnatie Duitsland grote gevolgen. De hoge inflatie, de zwakke dollar en de hoge olieprijzen waren funest voor de handel. De economische groei stokte en de werkloosheid steeg onrustbarend. De econoom Schmidt probeerde de inflatie tegen te gaan door een politiek van bezuinigingen en overheidsinvesteringen.

De maatregelen van de pragmaticus Schmidt, die onder Brandt zijn sporen had verdiend als minister van Defensie en Financiën, leken eerst vruchten af te werpen. Midden jaren zeventig trok de economie weer aan en de werkloosheid daalde licht. Maar in 1979 ontstond een tweede oliecrisis en het beleid van Schmidt werkte niet langer: de werkloosheid steeg flink en ook de inflatie ging omhoog.

De economische malaise zorgde binnen de sociaal-liberale coalitie voor grote onenigheid. De FDP, geleid door minister van Buitenlandse Zaken Genscher, maakte zich sterk voor grootscheepse bezuinigingen terwijl een deel van de SPD juist meer overheidsinvesteringen wilde uitvoeren.

Schmidt ontwikkelde met de Europese partners – hij had vooral een goede band met de Franse president Giscard d’Estaing – in 1978 een plan op voor een stabiele geldmarkt: het Europees Monetair Stelsel (EMS). De wisselkoersen van de verschillende Europese munten moesten binnen een bepaalde marge blijven. Bij grote schommelingen moesten de centrale banken via steunaankopen financiële stabiliteit bieden. Het uiteindelijke doel van het EMS werd een gemeenschappelijke Europese munt.

Duitslandweb
feed link