De verschillen tussen Oost- en West-Duitsland
In de periode 1949-1989 mochten West-Duitsers gaan en staan waar ze wilden. Toen ze in de loop van de tweede helft van de twintigste eeuw de financiële middelen hiervoor kregen, maakten ze dan ook veelvuldig van deze mogelijkheden gebruik. Daarnaast wist de Bondsrepubliek toeristen uit de hele westerse wereld aan te trekken.
In de DDR was de situatie heel anders. Omdat het land was afgesloten van de westerse wereld, was slechts vakantieverkeer mogelijk tussen de verschillende Oostbloklanden. Voor inwoners van de DDR waren de andere Oost-Europese staten daarom de belangrijkste vakantiebestemmingen (zie de cirkeldiagram hieronder). Ook de toeristen die de DDR bezochten, kwamen vrijwel allemaal uit Oostbloklanden. De toeristische sector in de DDR werd vrijwel geheel gecontroleerd door de overheid. Zowel de reisbureaus als de toeristische voorzieningen waren in handen van de staat. Na de Wende in 1989 werd direct in voormalig Oost-Duitsland een ministerie van Toerisme in het leven geroepen om de toeristische sector te ontwikkelen.

Het voormalige Oost-Duitsland trok in het begin van de jaren negentig beduidend minder toeristen dan het voormalige West-Duitsland. Dat had vooral te maken met de gebrekkige kwaliteit van de toeristische voorzieningen in de voormalige DDR. Na de Duitse vereniging is er veel verbeterd aan deze voorzieningen. Op dit moment is de toeristische infrastructuur in de 'nieuwe' deelstaten vaak moderner dan die in de 'oude' deelstaten. Daarnaast zijn er wel degelijk toeristische trekpleisters op het grondgebied van de voormalige DDR aanwezig. Zo vind je in Mecklenburg-Vorpommern de Oostzeekust en de Mecklenburgische Seenplatte, van oudsher aantrekkelijke landschappen voor toeristen. Ook de steden Leipzig, Dresden en Berlijn trekken veel toeristen.
Tussen 1992 en 1998 steeg het aantal overnachtingen in de vijf Oost-deelstaten spectaculair met 73 procent. Dit is een direct gevolg van de investeringen in de toeristische voorzieningen in de voormalige DDR. De mogelijkheden voor toerisme die de landschappen in Oost-Duitsland bieden worden hierdoor beter benut. De groei kwam voornamelijk tot stand door een toename van het binnenlands toerisme, dus door een groeiend aantal (West-)Duitsers dat in Oost-Duitsland overnachtte. Wat betreft het aantal buitenlandse toeristen lopen de nieuwe deelstaten echter nog altijd achter. Het aantal overnachtingen van buitenlandse toeristen bedraagt namelijk slechts 3 tot 7 procent van het totaal aantal overnachtingen. De meeste buitenlandse toeristen trekken in Oost-Duitsland naar Saksen (7 procent).