Algemeen
De Duitsers hebben zich in de tweede helft van de twintigste eeuw ontwikkeld tot een reislustige mensen. Dit was mogelijk door de stijgende welvaart. Daarnaast heeft de werkende Duitser steeds meer vrije tijd gekregen. Het gemiddeld aantal betaalde vakantiedagen bedroeg in 1950 nog twaalf dagen per jaar; tegenwoordig zijn dit 29 dagen. Bovendien is de vrije tijd per week tussen 1950 en 2000 van 21 uur opgelopen tot bijna 40 uur per week (zie onderstaande figuur). Zowel het dagjestoerisme, als de meerdaagse vakanties zijn hierdoor toegenomen. Er zijn wel grote verschillen tussen de ontwikkeling van het toerisme in Oost- en West-Duitsland. Zo hadden West-Duitsers lange tijd meer vrijheid om te reizen.
Een vierpersoons huishouden in Duitsland besteedt tegenwoordig gemiddeld twaalf procent van het totale besteedbare inkomen aan vrije tijd, vermaak en cultuur.