Het Ruhrgebied
Dat ontwikkelingen in transport en communicatie voor regio's nadelig kunnen zijn, blijkt uit het voorbeeld van het Ruhrgebied. Transport over de hele wereld is zo goedkoop geworden, dat steenkool en staal uit Amerika of Polen bijna de helft zo goedkoop is als steenkool uit het eigen Ruhrgebied. Daarnaast werd steenkool als brandstof steeds minder gebruikt en vervangen door olie en gas. Dit is terug te zien in het dalende aantal steenkoolmijnen in het Ruhrgebied: in 1957 waren dit er 140, terwijl er in 2005 nog maar zeven over waren. De laatste nog actieve mijnen sluiten in 2018. Niet alleen mijnwerkers zelf raakten hierdoor werkloos. Ook werknemers uit sectoren die aan de mijnindustrie verbonden zijn, zoals de staalindustrie, raakten hun baan kwijt. Het huidige werkloosheidspercentage in de regio ligt rond de 14,5 procent. Door middel van subsidies probeert de Duitse staat de overgebleven mijnen zo lang mogelijk open te houden. Zoals het er nu uitziet, zal pas in 2018 de laatste Duitse mijn sluiten. In de ogen van veel mensen was het Ruhrgebied verworden tot een grauwe, saaie en vieze regio: alleen maar industrie, weinig groen, veel werkloosheid en mede daardoor verbitterde mensen. Momenteel wordt het imago van het Ruhrgebied wel steeds positiever.
De Duitse deelstaat met de meeste inwoners is Noordrijn-Westfalen. Deze deelstaat grenst van Enschede tot Kerkrade aan Nederland. Bekende plaatsen zijn de steden Keulen en Bonn, maar de deelstaat is ook vooral bekend door het Ruhrgebied. Deze regio ontleent zijn naam aan de rivier de Ruhr, die door het gebied stroomt. Het Ruhrgebied is een regio waar de geschiedenis duidelijk haar sporen heeft nagelaten. Het is ongeveer zo groot als de provincie Overijssel en ontwikkelde zich vanaf 1830 als een industriële regio. De steenkool die er in de grond werd gevonden, kon namelijk door fabrieken als brandstof voor de machines worden gebruikt. Vervoer van de steenkool werd tegelijkertijd makkelijker door de aanleg van spoorlijnen. Zo ontstond het grootste industriële gebied van Europa.
Het Ruhrgebied heeft een manier gevonden om het industriële erfgoed in te zetten voor de imago-verbetering. Doordat de mijnen grotendeels zijn opgeheven, zijn er grote ruimtes ontstaan binnen het Ruhrgebied. Zulke ruimtes worden nu door de regio gebruikt om het grijze, grauwe imago dat het Ruhrgebied had, te veranderen in een groen en gezond imago. Daarom worden er zogenaamde
Landschaftsparken aangelegd. Dit zijn de groene zones in de regio, die door dichte bebouwing wordt gedomineerd. Het geeft de bewoners van het Ruhrgebied de mogelijkheid om de stad te ontvluchten en in een groene natuuromgeving te recreëren. De parken worden echter ook aangelegd om het imago van de regio te verbeteren. Met een groen, positief imago trek je als regio namelijk eerder nieuwe bedrijven aan dan met een grauw, negatief imago. Desondanks staat het Ruhrgebied nog wel bekend als ‘het industriegebied’. Er zullen nog wat jaren overheen gaan, voordat dat beeld zich heeft veranderd.