Bodemsanering
Niet alleen de industrie, maar ook de landbouw heeft bijgedragen aan de grootschalige vervuiling van de grond. Pas in 1998 is er een nieuwe, federale wet aangenomen die de bodemvervuiling dient tegen te gaan. Er zijn alleen in Oost-Duitsland al meer dan 80.000 plekken waar de grond waarschijnlijk is vervuild; in West-Duitsland zijn het er waarschijnlijk 110.000. Het is niet mogelijk om al deze locaties schoon te maken. Slechts tien tot twintig procent komt in aanmerking voor sanering. De vele plekken met een vervuilde bodem vormen ook een probleem voor de lokale economieën. Buitenlandse bedrijven bijvoorbeeld zien regelmatig af van het starten van een bedrijf op die plaatsen, omdat het schoonmaken van de grond veel te duur is. Er is daarom een regeling getroffen waarbij de Duitse overheid in sommige gevallen de kosten van de bodemsanering voor haar rekening neemt. De verschillende deelstaten werken in deze zogenaamde Großprojekte intensief samen. Een van de onderdelen van deze projekten vormt het schoonmaken van vervuilde stortplaatsen. In de onderstaande figuur is te zien dat deze in de dichtbevolkte deelstaat Nordrhein-Westfalen het meest voorkomen. Na de grote deelstaat Niedersachsen volgen enkele voormalige Oost-Duitse gebieden met veel vervuilde stortplaatsen. Hier is de in het verleden door de overheid gestimuleerde bruinkoolwinning een belangrijke oorzaak van (zie de paragraaf over de bruinkoolwinning). De grote deelstaat Bayern heeft opvallend weinig vervuilde plaatsen die voor sanering in aanmerking komen. De reden hiervoor is dat er in het gebied vooral relatief 'schone' hightech-industrie is.
