Milieu
Oost- en West-Duitsland
In 1990 bestond bij de (West-)Duitse bevolking het zwart-wit beeld dat in Oost-Duitsland de natuur was verwoest door veertig jaar socialisme, terwijl in West-Duitsland de natuur door goede milieuwetgeving gespaard was gebleven. Er zit een kern van waarheid in dit beeld, maar het is toch een wat simpele voorstelling. In sommige delen van Oost-Duitsland is de natuur wel degelijk gespaard, terwijl aan de andere kant in West-Duitsland het milieu in sommige gebieden ernstig is aangetast.
Het milieu in de DDR
Milieuvervuiling was in
Oost-Duitsland lange tijd een groot
probleem. Na de
val van de
Muur werd duidelijk hoe ernstig de situatie in de DDR was. Het milieu was in
Oost-Duitsland geen onderwerp op de politieke agenda, zoals dat in het Westen
wel het geval was. Toch waren er overheidsinstanties die zich bezig hielden met
het milieu. Al in de jaren zeventig werden er maatregelen getroffen om het
milieu te beschermen, maar dit waren vaak maar 'papieren wetten' die in de
praktijk niet werden nageleefd. Cijfers over milieuvervuiling werden geheim
gehouden en maatregelen om het milieu te beschermen werden vrijwel niet genomen.
Door de bruinkoolcentrales en de
zware
industrie, zoals de metaalindustrie en de cementindustrie, was er sprake van
sterke luchtvervuiling. Op sommige plaatsen was de uitstoot van schadelijke
stoffen wel vijfhonderd à zeshonderd keer hoger dan in het Westen was
toegestaan. Zure regen en schade aan de bossen waren het gevolg. In 1989 was 54
procent van de Oost-Duitse bossen aangetast en 61 procent van het
oppervlaktewater vervuild.
Ook de bodem, en daarmee ook het grondwater, was vaak sterk vervuild door de
industrie. In de DDR-tijd is ongeveer veertig procent van het grondoppervlak van
Oost-Duitsland aangetast. Het saneren van deze grond heeft tussen 1990 en 2000
ongeveer 12,5 miljard euro per jaar gekost.
Het milieu in West-Duitsland
Ook
in West-Duitsland was de nodige vervuilende industrie aanwezig. Met name in het
Ruhrgebied, het dichtstbevolkte gebied
van Duitsland, bevonden zich veel kolenmijnen en zware industrieën. Vergeleken
met de DDR was er in de Bondsrepubliek duidelijk meer aandacht voor het milieu.
Hoewel sommige deelstaten al sinds de jaren zeventig een ministerie van Milieu
hadden, duurde het tot 1986 voordat dit ministerie ook op
federaal niveau in het leven werd geroepen.
Zo is vanaf 1980 de uitstoot van stikstof en zwaveldioxide verminderd. Dit was
het gevolg van de sluiting van fabrieken en de overschakeling van steenkool op
aardgas door de nog werkende fabrieken, wat tot veel minder luchtvervuiling
leidt. Bovendien werden de fabrieksschoorstenen voorzien van filters. Door de
vele auto's in de Bondsrepubliek was verkeer, meer dan in bijvoorbeeld
Oost-Duitsland, een milieuvervuilende factor van betekenis. Het droeg in
belangrijke mate bij aan de hoge kooldioxide-uitstoot (CO²) in West-Duitsland.
CO² is het gas dat het zogenaamde broeikaseffect veroorzaakt.