De positie van allochtonen in Duitsland
Om de Duitse houding tegenover buitenlanders te begrijpen, moeten - naast de specifiek Oost-Duitse situatie - een aantal aspecten in ogenschouw genomen worden. Ten eerste is men er, in de tijd dat de eerste gastarbeiders naar Duitsland kwamen, vanuit gegaan, dat deze na verloop van tijd weer terug zouden keren naar het land van herkomst. De Duitse overheid voerde, net als in Nederland, een beleid dat erop gericht was op 'integratie en terugkeer': zolang de gastarbeiders in Duitsland verbleven, moesten ze zoveel mogelijk in de Duitse samenleving worden opgenomen, maar uiteindelijk zouden ze een keer terug moeten keren. Dit beleid heeft op beide punten, wederom net als in Nederland, niet of nauwelijks gewerkt. De integratie van asielzoekers is dan ook nooit echt van de grond gekomen. Daarnaast zijn veel gastarbeiders nooit teruggekeerd naar het land van herkomst, waardoor integratie juist extra hard nodig was. De laatste jaren wordt er wel degelijk werk gemaakt van de integratie, maar de achterstand is nog lang niet ingelopen. Zo hebben veel kinderen van asielzoekers een achterstand in het onderwijs en mogen allochtonen in Duitsland die niet in het bezit zijn van het Duitse staatsburgerschap niet stemmen bij landelijke verkiezingen.
Nog altijd worstelt Duitsland met de acceptatie dat het een immigratieland is. Zo werden in het begin van 1997 geheel onverwacht de wetten voor het verblijf van kinderen van gastarbeiders aangescherpt. Nu is er een visumplicht voor kinderen uit vroegere wervingslanden Turkije, Tunesië, Marokko en Joegoslavië.
Aan de andere kant zijn sommige wetten weer versoepeld in de afgelopen jaren. Zo was het lange tijd niet mogelijk voor een in Duitsland geboren kind van twee allochtone ouders, om de Duitse nationaliteit te verkrijgen. Een afstammeling van Duitse emigranten in Oost-Europa kon echter wel aanspraak maken op een Duits of een dubbel paspoort, zelfs als hij of zij nog nooit voet op Duitse bodem had gezet. Nu kunnen kinderen van allochtone ouders wel aanspraak maken op het Duitse staatsburgerschap, mits één van de ouders langer dan acht jaar in Duitsland woont. Het verkrijgen van een dubbel paspoort is nog altijd zeer moeilijk in Duitsland. Omdat men bang is dat teveel mensen zullen profiteren van een dubbele nationaliteit waarmee men bijvoorbeeld kan proberen de dienstplicht in beide landen te ontlopen.
In de toekomst kan Duitsland de allochtone Duitsers echter nog wel eens hard nodig hebben. Er is nu dan wel een hoge werkloosheid, maar in de toekomst zullen er, vanwege de vergrijzing, wellicht te weinig werkenden zijn om de pensioenen of uitkeringen te bekostigen en om de economie draaiende te houden. Zo wordt verwacht dat de beroepsbevolking zonder instroom van immigranten zal dalen van veertig miljoen nu tot ongeveer 25 miljoen in 2040. Vanuit dit oogpunt is een heroverweging op de soepele houding tegen de in Duitsland aanwezige gastarbeiders en asielzoekers op zijn plaats.
Onder de rood-groene regering van Schröder, die in 1998 aantrad, is hard gewerkt aan nieuwe immigratiewetgeving om de gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan. In 2001 is bijvoorbeeld de Greencard in werking gesteld, die het mogelijk maakte voor gekwalificeerde IT-ers uit het buitenland om naar Duitsland te komen. Helaas kwam in 2003 een uitgebreid Zuwanderungsgesetz er niet door, omdat de stemming in de Bondsraad ongeldig werd verklaard na een klacht van de CDU/CSU over de procedure.
Op 9 juli 2004 kwam de wet er toch door. Na meer dan vier jaar debatteren werd de fel omstreden ‘Wet ter sturing en begrenzing van de immigratie en ter regeling van het verblijf en de integratie van burgers uit de unie en buitenlanders’ goedgekeurd door de Bondsraad. De partijen in de Bondsdag hadden er al op 1 juli 2004 mee ingestemd. Het Zuwanderungsgesetz beoogt de immigratie voor hooggeschoolden en welvarende zelfstandigen gemakkelijker maken. Volgens de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Otto Schily, wordt voor deze mensen de ‘de rode loper uitgelegd’. De immigratie moet volgens hem namelijk gebaseerd zijn op de concrete behoefte van de economie. Tegenstanders van de wet wijzen op het selectieve karakter van de wet. Volgens hen lijkt het alsof de regering de deuren wijd openzet voor migranten, terwijl de kern van de wet huns inziens juist ‘immigratie-inperking’ is. Economisch ongewenste asielzoekers komen Duitsland niet meer in. In tegenstelling tot de wetten van andere Europese landen wordt in de Duitse immigratiewet een ‘humanitaire regeling’ voor de migranten, die zonder papieren in Duitsland leven, uitgesloten. Een citaat: “De Sans Papiers, die pas door de wet zelf tot geïllegaliseerden gemaakt worden, komen slechts voor als personen die terug- en uitgewezen moeten worden. Daardoor worden de mensen in hun levenssituatie niet alleen aan hun lot overgelaten, maar ook sociaal buitengesloten. Hun rechteloze status wordt op deze manier verstevigd: illegale baantjes, uitbuiting, marginalisering, criminalisering, arrestatie.” (Vogelskamp, 2004; actuele ontwikkelingen).