© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Alpengebied

ZugspitzeTen zuiden van de Donau gaat het middelgebergte langzaam over in de Alpen. Het grootste deel van het gebied vormt het zogenaamde Alpen-voorland; het overgangsgebied tussen het middelgebergte en de Alpen. Het gedeelte met het hooggebergte (de échte Alpen) is maar klein. Het beslaat slechts een smalle strook aan de grens met Oostenrijk.
Voor veel toeristen is het Alpen-voorland een interessant gebied. Het landschap is afwisselend: een bosrijke omgeving met zowel heuvels als veel meren.
In het uiterste zuiden van Duitsland, tussen de Bodensee en Salzburg, gaat het Alpen-voorland over in het hooggebergte. De hoogste toppen, de Zugspitze (2962 meter) en de Mädelegabel (2.645 meter) vormen direct de grens met Oostenrijk. Dit ontoegankelijke gebied is het dunst bevolkt van heel Duitsland. De Alpen zijn een jonger gebergte dan de middelgebergten in Duitsland. Hierdoor zijn de toppen van de Alpen spitser dan die van bijvoorbeeld in het Zwarte Woud of het Erz-gebergte. De Alpen zijn ontstaan tijdens de Alpine-plooiingsfase, als gevolg van het op elkaar botsen van het Europese en AlpenvoorlandAfrikaanse continent. In dezelfde periode zijn bijvoorbeeld ook de Pyreneeën ontstaan.
In latere fasen is het Alpenlandschap vooral gevormd door erosie. Tijdens de ijstijden was het gebergte bedekt met vele gletsjers, die diepe, U-vormige dalen uit hebben gesneden. Ook zijn in deze perioden grote meren ontstaan, zoals het Meer van Genève en het Bodenmeer.