© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Na de eenwording

Na de eenwording  is er veel gedaan om de problemen op de woningmarkt op te lossen. Zo is er hard gebouwd om het tekort aan woningen weg te werken. Er moesten ongeveer anderhalf miljoen woningen worden bijgebouwd (zie onderstaande figuur).

Er waren verschillende oorzaken voor dit tekort, zoals de instroom van migranten, de wens naar grotere woningen en de toename van één- en tweepersoons huishoudens (het fenomeen 'gezinsverdunning'). Er zijn daarnaast niet alleen nieuwe woningen gebouwd, maar er zijn ook veel oude woningen uit de DDR-tijd opgeknapt. De huurprijs van deze huizen was erg laag. Na de vereniging in 1990 zijn de prijzen echter sterk gestegen, zodat veel mensen de huur niet meer op kunnen brengen (zie eerder getoonde figuur). In de onderstaande figuur is te zien dat naast de huur, ook de huurquote in Oost-Duitsland meer is toegenomen dan in het westen. De huurquote is het aandeel van het huishoudensinkomen dat wordt besteed aan de huur. De huurquote steeg in Oost-Duitsland (inclusief Berlijn-Oost) van dertien procent in 1993 tot twintig procent in 1998. In West-Duitsland en Duitsland als geheel is de huurquote ook toegenomen (met drie procentpunt), maar doordat deze groei geringer is dan in de voormalige DDR is het verschil tussen beide gebieden kleiner geworden.

Hoewel inwoners van de nieuwe deelstaten eerder in aanmerking komen voor huursubsidie (zie de kaart hiernaast), zullen vooral ouderen en alleenstaanden in Oost-Duitsland voor dit probleem komen te staan.

De huren tonen nog steeds een stijgende lijn. De onderstaande figuur laat zien dat sinds januari 1991 de huurprijs met ruim 25 procent is toegenomen.

Duitslandweb
feed link