© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Algemeen

Na de Tweede Wereldoorlog had zowel Oost- als West-Duitsland te kampen met een groot tekort aan woningen. Tot 1989 hebben beide landen op een zeer verschillende manier geprobeerd dit huisvestingsprobleem op te lossen.
West-Duitsland slaagde erin een woningvoorraad van goede kwaliteit op te bouwen. Wel is de verandering in de economie duidelijk in de nieuwbouw-grafiek af te lezen.

In de DDR werd de woningnood geheel anders aangepakt. Er werd gekozen voor grootschalige woningbouwprojecten. Door geldgebrek en een tekort aan bouwmaterialen werd aan de kwaliteit van de woningen minder aandacht besteed. Toch stonden de kwalitatief slechtste huizen in de DDR in de oude wijken. Veel van deze vooroorlogse woningen gingen verloren door slecht onderhoud. De nieuwbouwwijken waren dan ook erg in trek. Voorbeelden van zo'n grootschalige 'nieuwe stadswijk' zijn Leipzig-Grünau en Berlin-Marzahn.

Eind jaren tachtig verkeerde slechts eenderde van de woningen in de DDR in goede staat. De huizen in Oost-Duitsland waren niet alleen van mindere kwaliteit, ze waren ook gemiddeld een stuk kleiner dan die in West-Duitsland. Het gemiddelde huurhuis in Oost-Duitsland had een oppervlakte van 70 m², tegen 89 m² in West-Duitsland. Hoewel er sinds de eenwording al veel veranderd is, blijft het verschil in de woningoppervlakte tussen Oost-Duitsland en West-Duitsland aanwezig. De onderstaande figuur toont namelijk dat de oppervlakte per woning (wooneenheid) en per persoon een stuk lager is. 

De inwoners van de DDR betaalden veel minder huur dan inwoners van de Bondsrepubliek (zie onderstaande figuur). De huren werden namelijk door de staat kunstmatig laaggehouden.