Bevolkingsopbouw
Oost-Duitsland
De bevolkingsopbouw in de 'nieuwe deelstaten' is grillig. Sommige leeftijdscategorieën zijn ondervertegenwoordigd, zoals de leeftijden rond de 55 en 85 jaar. Dit komt door de beide wereldoorlogen, waarvan de gevolgen dus nog terug te vinden zijn in de bevolkingspiramide. Een volgende, meer geleidelijke, terugval in het aantal geboorten in de leeftijden van dertig tot veertig jaar, is het gevolg van de invoering en langzame acceptatie van de anticonceptiepil. Het toestaan van abortus leidde zo'n 25 jaar geleden tot een abruptere daling van het aantal geboorten. Als reactie hierop startte de Oost-Duitse overheid een geboortestimulerend beleid. Dit leidde vanaf 1975 tot een stijging van het aantal geboorten. De tien-tot twintig-jarigen zijn als gevolg hiervan sterk vertegenwoordigd in de Oost-Duitse bevolking. De gebeurtenissen in 1989 en 1990 leidden aanvankelijk tot een daling van het geboortecijfer. Langzaam kruipt het aantal geboorten echter weer naar het niveau van voor de eenwording.

West-Duitsland
Ook in de West-Duitse bevolkingsopbouw zijn de invloeden van de wereldoorlogen en het op de markt komen van de pil terug te vinden. De verschillen met de bevolkingsopbouw in de deelstaten die vroeger deel uitmaakten van de DDR, zitten vooral in de periode na 1975. In de BRD werd niet zo'n geboortestimulerend beleid gevoerd als in de DDR. De leeftijden tussen tien en twintig jaar zijn in de Bondsrepubliek dan ook minder sterk vertegenwoordigd dan in Oost-Duitsland. Ook heeft de eenwording in de 'oude deelstaten' geen grote invloed gehad op het aantal geboorten. De piramide van december 2003 kent dan ook een regelmatig verloop voor de leeftijden van nul tot twintig jaar. De bevolkingspiramide voor heel Duitsland lijkt het meest op die van het oude West-Duitsland, simpelweg omdat daar verreweg de meeste mensen wonen.
