Bevolkingsontwikkeling
Wat betreft de bevolkingsgroei spelen twee processen een belangrijke rol: de natuurlijke bevolkingsgroei (door geboorte en sterfte) en het migratiesaldo (door immigratie en emigratie). Zowel de natuurlijke bevolkingsgroei als het migratiesaldo hebben na de Duitse deling een geheel andere ontwikkeling doorgemaakt in Oost- en West-Duitsland. In West-Duitsland kende men een natuurlijke bevolkingsafname, oftewel een sterfteoverschot. Dit had te maken met de opbouw van de bevolking. Er woonden relatief veel ouderen in West-Duitsland (dit heet ook wel: vergrijzing van de bevolking). De snel verbeterde medische voorzieningen droegen hieraan bij. Daarnaast was het geboortecijfer gedaald, omdat vrouwen steeds meer buitenshuis gingen werken en op steeds latere leeftijd hun eerste kind kregen. Aan de andere kant trokken West-Duitsland en West-Berlijn veel buitenlanders aan, vooral uit de landen rond de Middellandse Zee. In de Bondsrepubliek was sprake van een immigratieoverschot ofwel een positief migratiesaldo (meer hierover in de paragraaf Migratie). Al met al was er tot de Duitse eenwording sprake van een zeer langzame groei van de bevolking in de Bondsrepubliek (zie onderstaande figuur).
Ook in Oost-Duitsland kende men een sterfteoverschot. Oorzaken waren ook hier de grote groep ouderen en de kleine groep jongeren (ontgroening). Ook lag het geboortecijfer laag, tenminste, tot de geboortepolitiek van midden jaren tachtig verandering in deze situatie bracht. Vanaf die tijd was er weer een stijging van het geboortecijfer waarneembaar. Het aantal immigranten was in de DDR veel kleiner dan in de Bondsrepubliek. Slechts enkele tienduizenden mensen uit communistische broederstaten in Afrika (Angola en Mozambique) en Azië (Vietnam en Mongolië) kwamen naar de DDR. Door het sterfteoverschot, de zeer geringe immigratie en de emigratie van Oost-Duitsers naar West-Duitsland had de DDR te maken met een stagnatie of zelfs een afname van de bevolking (zie onderstaande figuur).

Sinds 1991 zijn op het gebied van de bevolking drie dingen in (het verenigde) Duitsland veranderd. Ten eerste kwam er door de val van de Muur een grote stroom migranten van Oost- naar West-Duitsland op gang (zie de migratiesaldo's in onderstaande figuur en de volgende). Ten tweede groeide de bevolking vlak na de eenwording sterk, met name door de instroom van migranten. De natuurlijke groei van de West-Duitse bevolking was meestal negatief of slechts zeer zwak positief (zie onderstaande figuur).

Ten derde daalde het geboortecijfer in Oost-Duitsland sterk. In 1991werden daar 45 procent minder kinderen geboren dan in 1988. Deze spectaculaire daling had een aantal oorzaken. In West-Duitsland kregen vrouwen gemiddeld op latere leeftijd hun eerste kind dan in Oost-Duitsland. Na de eenwording pasten de Oost-Duitse vrouwen zich aan dit patroon aan. Dit betekende dat veel zwangerschappen een aantal jaren werden uitgesteld. Dit leidde tot een tijdelijke daling van het geboortecijfer (zie onderstaande figuur). Een andere belangrijke reden was de slechte economische situatie van Oost-Duitsland. Vooral vrouwen hadden een slechtere positie op de arbeidsmarkt dan voor de val van de Muur. Sinds 1994 is het aantal geboorten in Oost-Duitsland weer stijgende. Toch zet de vergrijzing door en is er nog altijd sprake van een bevolkingsafname in de deelstaten die vroeger Oost-Duitsland vormden: in 2003 was de bevolking hier elf procent kleiner dan in 1989 (1,8 miljoen mensen minder!).
