Begroting en belastingen
De regering is verplicht om het parlement jaarlijks een begroting van de geplande staatshuishouding voor te leggen. Deze begroting wordt elk jaar door een begrotingscommissie, die uit een aantal leden van elke politieke fractie bestaat, samengesteld. Daarna kan de regering wijzigingen of toevoegingen doorgeven. De begrotingscommissie bepaalt hoe de definitieve inkomsten- en uitgavenverdeling eruit komt te zien. Daarnaast heeft de commissie het recht op inspraak en controle op de wetten die met de uitgaven samenhangen.
De inkomsten in de staatshuishouding bestaan uit de belastingen, de pacht- en huurheffingen en de overige inkomsten. In 2003 bedroegen de totale inkomsten ongeveer 950 miljard euro. De belastingen vormen de belangrijkste bron van inkomsten. De belangrijkste belastingen zijn de loonbelasting (36 procent van het totale bedrag) en de omzetbelasting (22 procent). De belastingen worden respectievelijk door de centrale overheid, de deelstaten en de gemeenten geïnd. De uitgaven van de Duitse staat (centrale overheid, deelstaten, gemeenten, fonds Duitse eenheid etc.) bedroegen in 2003 ongeveer duizend miljard euro.