© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Algemeen

Potsdamer Platz in BerlijnDe integratie van de West- en Oost-Duitse economie is een uitdaging van de eerste orde. Hoewel politici in eerste instantie een snelle en voorspoedige integratie voorspelden, is duidelijk geworden dat de problemen nog steeds aanzienlijk zijn. De Oost-Duitsers hadden een levensstandaard die ver onder die van het Westen lag. Daarnaast waren de infrastructuur en de industrie van de voormalige DDR sterk verouderd en was het milieu ernstig vervuild. De schatting dat er circa 2,5 miljard euro per jaar nodig zou zijn om de kosten van de eenwording te dekken, bleek veel te laag. Dit bedrag liep al gauw op tot rond de 85 miljard euro per jaar, wat een grote belasting voor de overheidsbegroting betekende. Door de kosten van de Duitse eenwording konden sommige broodnodige moderniseringen in West-Duitsland geen doorgang vinden, met name doordat overheidsinvesteringen uitgesteld moesten worden.

Ook het bedrijfsleven is in de problemen gekomen. Aanvankelijk zag het er allemaal goed uit. De belangrijkste Duitse bedrijfstakken zoals de auto-industrie, de machinebouw en de elektro-industrie, konden tot 1992 de vraag uit de nieuwe deelstaten nauwelijks aan. Daarna echter volgde een flinke recessie. Het gevolg was dat veel bedrijven onder die omstandigheden forse bezuinigingen moesten doorvoeren, waardoor de productiviteit weliswaar sterk toenam maar de werkgelegenheid juist afnam, met als consequentie dat de werkloosheid - ook in het Westen - sterk opliep. Een van de weinige positieve punten was dat de inflatie onder controle is gebleven.

Duitslandweb
feed link