© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Periode Schröder

Buitenlandse politiek

Onder rood-groen voerde Duitsland zijn eerste naoorlogse buitenlandse oorlogsmissie. De troepenzending naar Kosovo in 1999 markeert de volwassenwording van de verenigde Bondsrepubliek op buitenlandpolitiek gebied. Bondskanselier Schröder en minister van Buitenlandse Zaken Fischer hebben daarin een leidende rol gespeeld.

Toen de betrekkelijke rust op de Balkan opnieuw werd verstoord in 1998 - tijdens de crisis rond Kosovo - reageerde de net aangetreden minister van Buitenlandse Zaken Fischer met een brief aan zijn collega's. In deze brief, die alom bekend is geworden, roept hij zijn partij op om goedkeuring te verlenen aan militair ingrijpen. Zijn motivatie hiervoor was dat geweld moet kunnen worden bestreden met geweld en dat Duitsland zich niet dient te verschuilen achter een pacifistische houding. Door de invloed van Fischer ging zijn partij, schoorvoetend, akkoord met het inzetten van Duitse troepen in het NAVO-leger dat Milosevic aan de onderhandelingstafel moest zien te krijgen. Na de SPD was er nu dus ook van Die Grünen steun voor het internationaal inzetten van een leger.

In 2001 volgde Macedonië als nieuwe haard van onrust in Europa en sindsdien verblijft er een vredesmacht. Omdat - ondanks het vredesverdrag en de toezegging van de Albanese rebellen om een deel van hun wapens in te leveren - de toestand nog heel gespannen was, waren er bezwaren tegen het uitzenden van Duitse soldaten. In een verklaring van Gerhard Schröder op 17 augustus 2001 benadrukte hij echter dat Duitsland zijn verantwoordelijkheden in de buitenlandse politiek diende te nemen. Het uitzenden van een leger voor een vredesmacht hoorde daar volgens hem bij. Op 27 augustus 2001 werd ten slotte door de Bondsdag toestemming verleend voor het inzetten van Duitse troepen in een vredesmacht.

Oorlog tegen terrorisme

Duitsland en de NAVOAls gevolg van de terroristische aanslagen op de Verenigde Staten op 11 september 2001 en de daaropvolgende aanvallen op Afghanistan werd de rol van de Duitse troepen nog groter. De aandacht van de Amerikanen en Britten ging volledig uit naar Afghanistan, ten koste van de brandhaarden in Europa. Duitsland kreeg daardoor meer verantwoordelijkheid in Macedonië.

Daarnaast spelen Duitse legertroepen en -materieel in de oorlog tegen het terrorisme sinds 2002 een actieve rol. Schröder zette daartoe zelfs de coalitie met Die Grünen op het spel: hij dwong zijn eigen fractie in de Bondsdag in te stemmen met de stationering van circa 3900 Duitse soldaten in Afghanistan en stelde in het parlement de 'vertrouwensvraag'. Na felle discussies stemden de coalitiegenoten van Die Grünen schoorvoetend in. Maar ook de linkervleugel van de SPD heeft nog steeds moeite met de nieuwe militaire rol van Duitsland in de wereld.

In een interview met Willem Wansink zei Schröder in december 2001 over de Duitse houding ten opzichte van internationale brandhaarden: "Intussen hebben onze partners in Europa, binnen de NAVO, een ander verwachtingspatroon ontwikkeld. Zij vinden dat Duitsland niet langer aan de kant mag blijven staan. Daarom moesten wij onze politieke klasse en publieke opinie duidelijk maken dat we eerst in Kosovo, in 1998, daarna in Macedonië en nu in Afghanistan niet langer afzijdig konden blijven. Wij zijn bereid die verantwoordelijkheid te nemen. Niemand hoeft bang te zijn dat wij daaruit de verkeerde conclusies trekken" (Elsevier, 22-12-2001).

Duitsland is nog altijd aanwezig in Afghanistan, zowel als onderdeel van de Amerikaanse Operation Enduring Freedom als van de VN-vredesmacht ISAF.

Irak II

Schröder oogstte eind 2002 veel internationale kritiek toen hij onverwacht brak met zijn buitenlands beleid. Op 9 januari van dat jaar was nog een groot aantal Duitse troepen in gezelschap van Nederlandse mariniers vertrokken voor een vredesmissie naar Afghanistan. Dat najaar wees hij een Duitse deelname aan een eventuele Amerikaanse aanval op Irak resoluut af. Naar eigen zeggen deed hij dat omdat er geen helder beleid voor een nieuw Irak voorhanden was, maar volgens critici deed Schröder zijn uitlatingen om, met het oog op de naderende Bondsdagverkiezingen, stemmen te winnen onder de bevolking.

Niettemin heeft Schröder deze lijn zijn verdere regeringstijd voortgezet. De verhoudingen tussen de Verenigde Staten en Duitsland leden daaronder, de betrekkingen met Frankrijk en Rusland - nog twee landen die geen troepen naar Irak stuurden - werden juist beter. In de laatste jaren van zijn kanselierschap is het buitenlands beleid van Schröder vooral gericht geweest op het onderhouden van handelscontacten. Om die reden stelde hij voor het wapenembargo dat de Europese Unie China had opgelegd, op te heffen.

Ook zijn innige verhouding met de Russische president Vladimir Poetin bewees het Duitse bedrijfsleven goede diensten. Een conglomeraat van Duitse en Russische energiebedrijven besloot in september 2005 een gaspijpleiding door de Oostzee aan te leggen, waarmee Duitsland direct kan worden verzien van Russisch gas. Schröder kreeg veel kritiek over zich heen, toen in december van dat jaar bekend werd dat de ex-bondskanselier dat conglomeraat zelf zou gaan leiden.

Europese integratie

Onder leiding van bondskanselier Gerhard Schröder nam Duitsland een meer zelfbewuste houding aan tegenover het proces van Europese integratie. Hoewel de Bondsrepubliek onverminderd voorstander bleef van Europese samenwerking, probeerde zij meer gebruik te maken van haar toegenomen gewicht sinds de Duitse eenwording. Dit kwam vooral tot uiting in bilaterale topoverleggen tussen Schröder en Chirac of de Engelse premier Blair. Maar Duitsland speelde ook een leidende rol in het uitbreidingsproces van Europa met tien nieuwe (Oost-Europese) deelstaten in 2004, gecoördineerd door de Duitse Europees commissaris Günther Verheugen.

Diplomatieke bevlogenheid

Joschka Fischer (Die Grünen), minister van Buitenlandse Zaken van 1998-2005. Hoewel de Duitse regering op het gebied van veiligheid en haar internationale optreden in het algemeen altijd nationale én internationale sentimenten moet aftasten, is de roep om een 'Duitsland dat zich zo groot gedraagt als ze werkelijk is' de afgelopen jaren steeds groter geworden. Dat Duitsland bereid is een duidelijkere internationale rol van betekenis te spelen ziet men ook op het diplomatieke vlak.

De minister van Buitenlandse Zaken Fischer reisde naar het Midden Oosten om de onderhandelingen tussen de Palestijnse leider Arafat en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Peres te stimuleren en te organiseren. Een eerste internationaal overleg over de toekomst van Afghanistan, met onder meer de Noordelijke Alliantie, vond tevens in Bonn plaats. Die rol lijkt Duitsland ook na Schröders aftocht te blijven spelen. Merkel en haar minister van Buitenlandse Zaken Frank Walter Steinmeier (SPD) bemiddelen in 2006 zeer actief in het Iran-conflict.

Kabinet-Merkel

De eerste maanden van haar kanselierschap heeft Angela Merkel zich duidelijk geprofileerd in de internationale samenwerking. Ze overtrof de niet werkelijk hooggespannen verwachtingen in haar buitenlandse beleid verre door de goede betrekkingen met Frankrijk en Rusland te handhaven, en toch een kritisch geluid te laten horen. Ook de relaties met de Verenigde Staten werden aangehaald, eveneens vergezeld van kritiek op de gevangenis in Guantanamo Bay. Merkel kondigde aan in Europa beter te willen luisteren naar de kleinere landen.

Duitslandweb
feed link