Helmut Kohl
Binnenlandse politiek
Op 3 oktober 1990 werd Helmut Kohl de 'kanselier van de eenheid'. De Duitse vereniging, bijna een jaar na de val van de Muur in Berlijn op 9 november 1989, werd voor een groot gedeelte op het conto geschreven van de man die sinds 1982 bondskanselier was.
Bij de eerste verkiezingen van het verenigde Duitsland, in december 1990, werd Kohls kordate optreden bij het verenigingsproces van de beide Duitslanden omgezet in een verregaand politiek mandaat: 43,8 procent van alle Duitsers stemde op diens CDU. De sociaal-democraten, onder leiding van Oskar Lafontaine, waren de grote verliezers en werden gestraft voor hun terughoudendheid ten opzichte van de vereniging. Daarmee had Kohl zijn finest hours beleefd. Na 1990 ging het minder voorspoedig met de bondskanselier en het verenigde Duitsland. Kohls binnenlandse politiek was gericht op de maatschappelijke en economische integratie van Oost-Duitsland in de Bondsrepubliek. De "bloeiende landschappen" die de Oost-Duitsers binnen vijf jaar waren beloofd, kostten Duitsland echter veel meer dan aanvankelijk werd gedacht: jaarlijks meer dan 50 miljard euro. De economische achterstand die het Oosten tijdens veertig jaar communistische dictatuur had opgelopen, was niet plotsklaps verdwenen. Toenemende werkloosheid, oplaaiende vreemdelingenhaat, met name in de nieuwe deelstaten, en een groeiende staatsschuld waren problemen waar de regering-Kohl niet lang na de vereniging mee te kampen kreeg.
Bergafwaarts
In
1994
kreeg de kanselier een fikse waarschuwing van het electoraat, vooral omdat zijn
rooskleurige voorspellingen over het verenigde Duitsland niet uitkwamen: Kohls
coalitie van CDU en FDP wist met het kleinst mogelijke verschil van één zetel de
verkiezingen te winnen (41,4 procent voor CDU/CSU, 6,9 procent voor de FDP).
Dankzij een voor de christen-democraten gunstige verdeling van de restzetels
werd het verschil met het linkse blok SPD-Die Grünen-PDS wat groter.
Het vijfde kabinet-Kohl (1994-1998) werd gekenmerkt door weinig daadkracht en succes. De binnenlandse politieke besluitvorming stagneerde voornamelijk doordat de SPD een duidelijke meerderheid in de Bondsraad had. Hierdoor konden veel besluiten van de regering Kohl worden geblokkeerd. Toch slaagde Kohl er in 1995 in de Duitse Bundespost te privatiseren, de Pflegeversicherung in te voeren en de kinderbijslag te verhogen. De Pflegeversicherung is een tegemoetkoming voor de kosten van thuisverpleging of verpleging buitenshuis, te vergelijken met de Nederlandse AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Sinds haar invoering zorgde de wet voor financiële knelpunten.
Bij de Bondsdagverkiezingen van 1998 werd de regering volledig weggestemd. De SPD en Bündnis 90/Die Grünen haalden samen een meerderheid. Kohl nam op de avond van de verkiezingen de verantwoording voor het verlies en verliet het politieke toneel. Zijn opvolger als partijvoorzitter van de CDU werd Wolfgang Schäuble. In oktober van datzelfde jaar ontving Kohl het Grootkruis van verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland, een eer die daarvoor alleen Konrad Adenauer ten deel was gevallen.
De verloren glans van Helmut Kohl: de Spendenaffäre
Eind
1999 bracht de zogenaamde Spendenaffäre oud-kanselier Kohl in het nauw.
De zaak kwam aan het rollen toen bekend werd dat het CDU-lid Kiep van een
wapenhandelaar één miljoen D-Mark had ontvangen. Dat geld was door Kiep, met
medeweten van Kohl, in de kas van de CDU gestort. Kohl gaf na een maand toe op
de hoogte te zijn geweest van transacties waarbij grote bedragen van anonieme
sponsoren naar geheime CDU-rekeningen werden overgemaakt. De Bondsdag stelde een
commissie aan die Kohl en andere hoofdrolspelers moest verhoren. Kohl echter
weigerde de namen van de gulle gevers bekend te maken en beriep zich op zijn
recht om te zwijgen.
Deze affaire had voor Kohl en de CDU verregaande consequenties. De oud-kanselier spleet zijn partij door eerst te ontkennen en zich te beroepen op zijn verdiensten als staatsman. De kritiek van de andere politieke partijen kwam niet onverwacht, maar ook in zijn eigen CDU ontstond onenigheid over Kohls houding. Kohl werd gedwongen zijn erevoorzitterschap neer te leggen en partijleider Schaüble trad terug als partijleider. De laatste kon de herkomst van bepaalde giften niet verklaren. Angela Merkel volgde hem op als partijleider van de CDU.