Maatschappelijke integratie
Veel
Oost-Duitsers kregen al snel
na de
eenwording te maken met aanpassingsmoeilijkheden. De harde werkelijkheid van
de consumptiemaatschappij - met de hoge werkloosheid en vlijmscherpe
concurrentie - kwam als een onaangename verrassing. Ook bleken tussen
Oost-Duitsers en hun landgenoten uit het Westen veel onderlinge verschillen te
bestaan. De Wessi's werden vaak als arrogant, egoïstisch en betweterig
beschouwd: de Besserwessi's. De Wessi's vonden op hun beurt dat
Ossi's niet efficiënt of hard genoeg werkten. Bovendien had de
vereniging heel wat West-Marken gekost: de Ossi's mochten daarvoor best dankbaar
zijn. Beide Duitse groepen hadden dus moeite zich aan elkaar aan te passen met
als gevolg dat veel Oost-Duitsers zijn gaan terugverlangen naar de goede
aspecten van de DDR. Deze zogenaamde Ostalgie heeft onder meer
uitdrukking gevonden in het succes van de PDS, de opvolger van de SED. De PDS
heeft tijdens haar campagnes ook slim ingespeeld op de nieuwe angsten en
onzekerheden van de Oost-Duitsers. Tijdens de verkiezingen in 1998 behaalde de
PDS 36 zetels in de Bondsdag (5,1 procent) en in de verkiezingsstrijd in de
deelstaat Berlijn van oktober 2001 werd ook pijnlijk duidelijk waar de
Ossi-Wessi-grens ligt tussen de Berlijnse wijken. Bij de Bondsdagverkiezingen in
2002 haalde de PDS echter slechts twee zetels. Dat gebeurde niet omdat veel
Duitsers in het Oosten van de Bondsrepubliek minder ontevreden waren dan vier
jaar eerder, maar omdat er een herindeling van de kiesdistricten had
plaatsgevonden. Daardoor wist de PDS nog in slechts twee districten de absolute
meerderheid te behalen. Aangezien zij ook onder de kiesdrempel bleef steken,
verloor zij praktisch al haar zetels in de Bondsdag.