Veiligheidsbeleid
Het einde van de Koude Oorlog betekende dat de Verenigde Staten zich minder met Europa gingen bemoeien. Nu de gemeenschappelijke vijand, de Sovjet-Unie, niet meer bestond, moesten de West-Europeanen zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid op hun continent. De burgeroorlog in voormalig Joegoslavië heeft echter duidelijk gemaakt dat de Europese partners nog allerminst in staat zijn om een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid te formuleren. Duitsland koos na de vereniging voor een terughoudende opstelling om andere landen, die bang waren dat een verenigd Duitsland te veel macht zou krijgen, niet voor het hoofd te stoten. Vooral van Amerikaanse zijde is de afgelopen jaren gevraagd om meer initiatieven van Duitsland. De presidenten Bush sr. en Clinton spraken zich uit voor een leidende rol van Duitsland in Europa. Deze leidende rol zou echter ook militaire verantwoordelijkheden buiten Duitsland met zich meebrengen. In de afgelopen tien jaar nam Duitsland dan ook op dit vlak steeds meer verantwoordelijkheid op zich. Door de oorlogen in Irak, Bosnië, Kosovo, Macedonië en Afghanistan werd de terughoudende opstelling langzaamaan herzien.