Irak II
Op 9 januari 2002 vertrok een groot aantal Duitse troepen in gezelschap van Nederlandse mariniers voor een vredesmissie naar Afghanistan. Schröder oogstte eind 2002 dan ook veel internationale kritiek toen hij onverwacht brak met dit buitenlands beleid. Hij wees Duitse deelname aan een eventuele Amerikaanse aanval op Irak resoluut af. Naar eigen zeggen deed hij dat omdat er geen helder beleid voor een nieuw Irak voorhanden was, maar volgens critici deed Schröder zijn uitlatingen om, met het oog op de naderende Bondsdagverkiezingen, stemmen te winnen onder de bevolking.
Niettemin heeft Schröder deze lijn zijn verdere regeringstijd voortgezet. De verhoudingen tussen de Verenigde Staten en Duitsland leden daaronder, de betrekkingen met Frankrijk en Rusland - nog twee landen die geen troepen naar Irak stuurden - werden juist beter. In de laatste jaren van zijn kanselierschap is het buitenlands beleid van Schröder vooral gericht geweest op het onderhouden van handelscontacten. Om die reden stelde hij voor het wapenembargo dat de Europese Unie China had opgelegd, op te heffen.
Ook zijn innige verhouding met de Russische president Vladimir Poetin bewees het Duitse bedrijfsleven goede diensten. Een conglomeraat van Duitse en Russische energiebedrijven besloot in september 2005 een gaspijpleiding door de Oostzee aan te leggen, waarmee Duitsland direct kan worden verzien van Russisch gas. Schröder kreeg veel kritiek, toen in december van dat jaar bekend werd dat de ex-bondskanselier dat conglomeraat zelf zou gaan leiden.