Machtswisseling
Bij
de Bondsdagverkiezingen in 1998 leed de coalitie van CDU/CSU en FDP een
nederlaag tegen de SPD en Bündnis 90/ Die Grünen. De kiezers waren na zestien
jaar eenvoudigweg uitgekeken op kanselier Helmut Kohl en zijn regering
-Kohlsattheit. In 1994 had Kohl zijn herverkiezing nog weten te
bewerkstelligen door zich te presenteren als 'Kanzler der Einheit', maar toen
vervolgens bleek dat hij ook tijdens zijn tweede ambtstermijn sinds de
eenwording de Duitse integratie niet wist te bespoedigen, kon hij deze troef in
1998 niet nogmaals uitspelen. De coalitie van SPD en Bündnis 90/Die Grünen nam
de regeringsverantwoordelijkheid over en kwam onder leiding te staan van
bondskanselier Gerhard Schröder (SPD). Voor de Groenen was dit de eerste keer
dat de partij plaatsnam in de bondsregering. De rood-groene coalitie stond voor
de zware taak om de economische en mentale
integratie van Duitsland tot stand te brengen. Bovendien zou de regering
geconfronteerd worden met
nieuwe
ontwikkelingen op internationaal-politiek terrein.
Bondskanselier
Schröder en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer (Die
Grünen), werden al snel gezien als representanten van een nieuwe generatie in de
Duitse politiek, die niet was belast met het oorlogsverleden en daardoor
zelfbewuster kon optreden. Schröder werd bekend als Lebemann, als
levensgenieter die zich soepel beweegt tussen het publiek. Fischer groeide snel
uit tot de populairste politicus van Duitsland. Hij wordt gezien als het symbool
van de protestgeneratie van '68 die politiek volwassen is geworden. Realo
Fischer kwam binnen zijn partij diverse keren in aanvaring met de
Fundi's, die willen vasthouden aan de oorspronkelijke idealen van de
partij en dikwijls moeite hebben met het dragen van de
regeringsverantwoordelijkheid.