© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Binnenlandse politiek

Kanselier van de eenheid

Sinds 3 oktober 1990 was Helmut Kohl de 'kanselier van de eenheid'. De val van de Muur in Berlijn op 9 november 1989 leidde tot de Duitse hereniging, bijna een jaar later, en werd voor een groot gedeelte op het conto van de bondskanselier geschreven.

Kohl spreekt de Oost-Duitsers toe, december 1989 Bij de eerste verkiezingen van het verenigde Duitsland, in december 1990, werd zijn kordate optreden bij het verenigingsproces van de beide Duitslanden omgezet in een verregaand politiek mandaat: 43,8 procent van alle Duitsers stemde op Kohls CDU. De sociaal-democraten, onder leiding van Oskar Lafontaine, waren de grote verliezers en werden juist gestraft voor hun voorzichtige houding ten opzichte van de vereniging.

Kohl beleefde toen zijn finest hours. Na 1990 ging het minder voorspoedig met de bondskanselier en het verenigde Duitsland. De 'bloeiende landschappen' die de Oost-Duitsers binnen vijf jaar waren beloofd, kostten Duitsland veel meer dan in het begin werd gedacht: jaarlijks meer dan 50 miljard euro. De economische achterstand die het Oosten tijdens veertig jaar communistische dictatuur had opgelopen, was niet plotsklaps verdwenen. Toenemende werkloosheid, oplaaiende vreemdelingenhaat, met name in de nieuwe deelstaten, en een groeiende staatsschuld waren problemen waar de regering-Kohl niet lang na de vereniging mee te kampen kreeg.

Kohls binnenlandse politiek kenmerkte zich door de nadruk op de maatschappelijke en economische integratie van Oost-Duitsland in de Bondsrepubliek. Wat betreft de buitenlandse politiek wilde Kohl het nieuwe Duitsland zo geruisloos mogelijk laten integreren in de Europese samenwerking en daarmee de angst voor het grotere Duitsland bij de buurlanden wegnemen. 

 In 1994 kreeg de kanselier een fikse waarschuwing van het electoraat, vooral omdat zijn rooskleurige voorspellingen over het verenigde Duitsland niet uitkwamen: Kohls coalitie van CDU en FDP wist met het kleinst mogelijke verschil van één zetel de verkiezingen te winnen (41,4 procent voor CDU/CSU, 6,9 procent voor de FDP). Dankzij een, voor de christen-democraten gunstige, verdeling van de restzetels werd het verschil met het linkse blok SPD-Die Grünen-PDS wat groter.

Duitslandweb
feed link