Algemeen
Met de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 komt er een einde aan de bipolaire situatie in Europa. De Sovjetunie en zijn satellietstaten in Midden- en Oost-Europa, die ruim veertig jaar onlosmakelijk met elkaar verbonden leken in hun strijd tegen het 'Westerse kapitalisme en imperialisme', integreren in de jaren negentig meer en meer in het Huis van Europa. Het sluitstuk van deze eenwording is de toetreding van de voormalige socialistische landen tot de Europese Unie.
In 2004 zijn zeven landen die tot het Warschaupact behoorden, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Polen, samen met de voormalige Joegoslavische deelstaat Slovenië, en de altijd op het Westen georiënteerde landen Cyprusen Malta, deel uit gaan maken van de Europese Unie. Hieronder wordt een overzicht geschetst van de uitbreidingsonderhandelingen met deze kandidaat-lidstaten. Deze besprekingen vinden in eerste instantie plaats tussen de potentiële leden en de Europese Gemeenschap. Vanaf 1993, als de pijlerstructuur van het Verdrag van Maastricht van kracht is, heet hun gesprekspartner Europese Unie.