© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

1963-1969 Voorzichtige toenadering onder Erhard en Kiesinger

Ludwig ErhardLudwig Erhard (CDU) was onder Adenauer al minister van Economische Zaken geweest en had zijn reputatie met name gevestigd als architect van het Wirtschaftswunder, de economische bloei van Duitsland in de jaren vijftig. Als bondskanselier zette hij van 1963 tot 1966 de politiek van de Westbindung  voort. Twee jaar na de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 knoopte Erhard heel voorzichtig contacten met de Duitse Democratische Republiek aan, hoewel het bestaan van de DDR nog stelselmatig werd ontkend. Met het Passierschein-Abkommen, werd er op 17 december 1963 een bezoekregeling voor West-Berlijners met familie in het oosten van de stad getroffen. Toch bleef de Bondsrepubliek stevig in het Westen verankerd. De regering-Erhard steunde, meer nog dan de andere West-Europese landen, de zich uitbreidende interventie van de Verenigde Staten in Vietnam.   

Kurt KiesingerDe opvolger van Erhard, Kurt Georg Kiesinger (CDU) was bondskanselier van 1966 tot 1969 en sloot, in tegenstelling tot zijn voorgangers, verdragen met landen uit het Oostblok. In 1967 werd een handelsverdrag getekend met Tsjechoslowakije. In datzelfde jaar werden de regeringen van Oost- en West-Duitsland het eens over de versoepeling van het personenverkeer tussen beide staten. Eveneens in 1967 werden diplomatieke betrekkingen aangegaan met Roemenië en Joegoslavië. Van de politiek van Westbindung was West-Duitsland nog steeds niet afgestapt, maar de integratie in het Westen deed de deur naar het Oosten niet meer automatisch dicht maar van een erkenning was evenwel geen sprake. Kiesinger wilde de druk van de Duitse deling voor alle Duitsers verlichten en de reismogelijkheden voor de Oost-Duitsers verruimen.

Het was echter niet Kiesinger maar zijn minister van Buitenlandse Zaken, Willy Brandt, die de geschiedenisboeken zou ingaan met zijn nieuwe Ostpolitik.