De Rijksdag
De Duitse geschiedenis in 138 bij 96 meter
4-jan-2008
Als geen ander gebouw in Berlijn staat de Reichstag symbool voor de beladen Duitse geschiedenis. Het parlementsgebouw weerspiegelt Duitslands worsteling met de democratie.
In de eerste jaren na de Duitse eenwording van 1871 was het nationale
parlement weinig meer dan een tandeloze leeuw. De echte macht in het Keizerrijk
lag bij rijkskanselier Otto von Bismarck. De "IJzeren kanselier" wilde de
democratisering van Duitsland zoveel mogelijk in toom houden. Als architect van
het politieke systeem van het Keizerrijk zorgde Bismarck daarom voor een uiterst
wankel machtsevenwicht tussen de Keizer en de politieke partijen in de Rijksdag.
Voor de sluwe Bismarck was het vervolgens een koud kunstje om de kemphanen tegen
elkaar uit te spelen.
De locatie van de nieuwe Rijksdag was symbolisch voor de zwakke positie van het
parlement - net buiten de oude stadsmuren van Berlijn, in wat nu Berlin
Tiergarten is. De nieuwe Rijksdag stond met het gezicht afgekeerd van het
politieke machtscentrum.
De krachteloosheid van het parlement werd weerspiegeld in de moeizame
totstandkoming van het gebouw. Hoewel er al in 1872 een ontwerp voor de
Rijksdag klaar lag - een ontwerp van de Duitse architect Ludwig Bohnstedt
- slaagde men er maar niet in de gewenste locatie, het Königsplatz, op te kopen.
Een jarenlange impasse volgde. Bismarck stelde na verloop van tijd zelfs voor om
het parlementsgebouw dan maar ver weg van Berlijn te bouwen.
Ziekelijk zoetig marsepein
Maar
zover kwam het niet. Na tien jaar getouwtrek verwierf het parlement dan
eindelijk het Königsplatz. Dit alles had echter zo lang geduurd dat het
enthousiasme voor Bohnstedts ontwerp inmiddels flink was bekoeld. In februari
1882 werd een nieuwe wedstrijd uitgeschreven, ditmaal alleen voor deelnemers van
“Duitse tong”. De winnaar: de Frankfurtse architect Paul Wallot.
Velen zagen de Rijksdag als toppunt van wansmaak, de belichaming van de bombast van de Wilhelminische architectuur. De Berlijnse architect Ludwig Hoffmann typeerde het gebouw vilein als een "lijkwagen eerste klas", de Duitse staatsman Walter Rathenau zou later spreken van een "ziekelijk zoetig marsepeinen" gebouw. Zelfs keizer Wilhelm II, toch niet vies van wat bombast, noemde het bouwsel smakeloos.
Weimarrepubliek
Er was een oorlog voor nodig om de Rijksdag uit zijn benarde positie te bevrijden. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de Rijksdag zich van het ondergeschoven kindje van de Duitse politiek tot Duitslands onbetwiste machtscentrum. Op 9 november 1918 riep de sociaaldemocraat en toekomstige Rijkskanselier Philip Scheidemann op het bordes van de Rijksdag de nieuwe democratische Republiek uit. "Het oude en vergane, de monarchie is ineengestort. Leve het nieuwe, leve de Duitse republiek!" jubelde Scheidemann.
Toch zouden de jaren van de Weimarrepubliek geen zegen blijken voor de reputatie van de Rijksdag. De Rijksdag kwam synoniem te staan voor de politieke en economische instabiliteit van de Republiek van Weimar. Er werden plannen gemaakt om het gebouw met de grond gelijk te maken, ten faveure van een nieuw en minder protserig parlementsgebouw, dat bovendien niet besmet was met de erfenis van het Keizerrijk. Maar zover kwam het niet.
De brand
In
de nacht van 27 op 28 februari 1933, vier weken na de machtsovername van Adolf
Hitler, stond het parlementsgebouw plotseling in lichterlaaie. De vergaderzaal
en enkele omliggende ruimtes brandden af. De brandstichter: de Nederlandse
anarchist Marinus van der Lubbe.
Tenminste, dat wilde de Nazi’s de buitenwereld doen geloven. Samen met enkele prominente communisten, waaronder de Bulgaar Georgi Dimitrov, stond Marinus van der Lubbe in mei 1933 terecht tijdens een groot showproces op verdenking van brandstichting.
Het showproces had voor de Nazi’s een groot propagandasucces moeten worden, maar het draaide uit op een ramp. De eloquente Georgi Dimitrov gaf zijn opponenten Joseph Goebbels en Hermann Göring een lesje retorica en moest uiteindelijk, net als de andere communisten, wegens gebrek aan bewijs worden vrijgesproken.
Maar van der Lubbe was minder gelukkig. De Leidenaar bekende op de marteltafel de brand te hebben aangestoken uit protest tegen de Nazi’s en werd ter dood veroordeeld. Op 10 januari 1934, drie dagen voor zijn vijfentwintigste verjaardag, werd van der Lubbe onthoofd.
Welthauptstadt Germania
De vraag of van der Lubbe daadwerkelijk (alleen) de dader van de Rijksdagbrand was, is nooit opgehelderd. Desondanks was het duidelijk dat het de Nazi’s waren die garen sponnen bij de catastrofe. De brand werd door de nazi’s aangegrepen om af te rekenen met politieke tegenstanders.
Belangrijke wetten werden buitenspel gezet, de doodstraf opnieuw ingevoerd en de weg gebaand voor concentratiekampen. Het parlement had in Hitler-Duitsland niets meer te vertellen en daarmee werd de gehavende Rijksdag symbool voor de beklagenswaardige toestand van de Duitse democratie. De rol van de Rijksdag in de Duitse politiek leek voorgoed uitgespeeld. Het parlement kwam niet eens meer samen in de Rijksdag, maar in de even verderop gelegen Kroll-opera, die nu verdwenen is.
Dat het gebouw desondanks niet vernietigd werd was te danken aan één man: Adolf Hitler. Hitler hield van de ornamentele stijl en grandeur van de Rijksdag en wilde het zelfs opnemen als historisch monument in zijn "Welthauptstadt Germania", de nieuwe, door Albert Speer ontworpen hoofdstad die na de onvermijdelijke oorlogsrevanche van Duitsland op de plaats van het oude Berlijn zou moeten verrijzen. De meeste andere gebouwen van Berlijn zouden moeten wijken voor Hitlers architectonische visioen.
Aan de zijlijn
Aan
het eind van de Tweede Wereldoorlog was de Rijksdag weinig meer dan een ruïne.
Op het verwoeste plein rond de Rijksdag en in de Tiergarten werden door de
uitgehongerde Berlijnse bevolking tussen het puin groente en aardappelen
geteeld.
Van binnen was het gebouw bekalkt met Russische leuzen als "Dood aan de
Duitsers" (een deel van de leuzen is ook nu nog achter plexiglas te zien). Voor
de Russische soldaten was de door de Nazi's buitenspel gezette Rijksdag toch hét
symbool van Nazi-Duitsland en de verovering van het gebouw was voor de Russen
dan ook van grote symbolische waarde.
De beroemde koepel van de Rijksdag moest eind 1954 tot ontploffing worden
gebracht omdat het kolossale pronkstuk te veel druk zette op de rest van het
aangetaste gebouw. De West-Duitse regering in Bonn zat met de Rijksdag in de
maag. Wat te doen met een gebouw dat zo zwaar belast was met het verleden? Kon
het parlement van een beschaafde democratie de renovering op zich nemen van een
bouwwerk dat zo verbonden was met het militarisme en anti-democratische
van het gewraakte Duitse Keizerrijk?
Het antwoord luidde ja en vanaf 1961 werd de Rijksdag herbouwd, hoewel de
fameuze koepel niet meer terugkeerde. Het oude parlementsgebouw kreeg er in
datzelfde jaar een buurman bij: vanaf 13 augustus lag de Rijksdag pal aan de
Berlijnse Muur. Pogingen om instanties van de West-Duitse regering in de
Rijksdag onder te brengen werden tegengewerkt door de Sovjet-Unie.
Helemaal zonder functie was de Rijksdag niet: na de renovatie bood het gebouw plaats aan een tentoonstelling over de Duitse geschiedenis. Maar dat het Duitse parlement ooit nog in de Rijksdag terug zou keren, leek onwaarschijnlijk.
Een nieuw tijdperk
Toch verhuisde de Rijksdag met de Duitse vereniging in 1990 van de zijlijn weer naar het centrum van de Duitse politiek. Na verhitte debatten in het Bonner parlement bleek een nipte meerderheid – 18 stemmen – in 1991 voor het verruilen van Bonn voor Berlijn als politieke hoofdstad. Daarmee keerde het Duitse parlement terug in de Rijksdag: de Bondsdag kwam in de Rijksdag. Om te voldoen aan de moderne eisen werd de Rijksdag grondig verbouwd, naar een ontwerp van de Britse architect Sir Norman Foster.
In
1998 was het gebouw klaar, overigens niet voordat de Bulgaars-Amerikaanse
verhullingskunstenaar Christo het oude gebouw had ingepakt met honderdduizend
vierkante meter polypropeen. Daaraan was een meer dan twee decennia durend debat
vooraf gegaan tussen voor- en tegenstanders van Christo's plan.
Een van die (machtige) tegenstanders was Helmut Kohl, die het project gedurende de jaren tachtig steeds wist te blokkeren.
Begin 1994 kreeg Christo dan toch het groene licht. Het inpakken van de Rijksdag werd gezien als symbolisch voor de overgang van het parlementsgebouw naar een nieuw tijdperk, symbolisch bovendien voor een nieuw en tolerant Duitsland dat demonen van zijn geschiedenis bezworen had. De beelden van de ingepakte ('wrapped') Rijksdag gingen de hele wereld over.
Meest in het oog springende en ook controversiële aspect aan de nieuwe Rijksdag was de terugkeer van de koepel op het parlementsgebouw. De glazen koepel is na de grootscheepse opknapbeurt van de Rijksdag uitgegroeid tot een van de iconen van het moderne Berlijn, waar dagelijks duizenden toeristen in ronddwalen.
Het bijna 24 meter hoge kunststuk is volledig transparant, zodat men van bovenaf (in theorie) het vergaderende Duitse parlement kan zien, een metafoor voor de doorzichtigheid van de huidige Duitse democratie.
Afbeeldingen:
Duitslandweb, flickr.com, wikimedia
Oscar Schneider, Kampf um die Kuppel. Baukunst in der Demokratie (Bonn 2006).
Godehard Hoffmann, Architektur für die Nation? Der Reichstag und die Staatsbauten des Deutschen Kaiserreichs 1871-1918 (Keulen 2000).
Het opschrift 'dem deutschen Volke' werd meer dan twintig jaar na de bouw van de Rijksdag op de gevel aangebracht, in 1916. Keizer Wilhelm II wilde zo meer steun krijgen voor de uitzichtloze Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De Keizer deed het met veel tegenzin, omdat hij de volks-vertegenwoordiging eigenlijk zo min mogelijk legitimiteit wilde toekennen.
De Rijksdag ligt centraal in Berlijn, naats de Brandenburger Tor. Adres:
Platz der Republik, te bereiken met de trams S1, S2 en S25. Of lopend
vanaf station Friedrichstrasse en Unter den Linden (tien, vijftien
minuutjes).
De
Rijksdag op Google maps