Oud-medewerkers Stasi bij overheid te voorzien
Deelstaten inconsequent bij controle levensloop ambtenaren
31-jul-2009
Vooral
in de overheden van de oostelijke deelstaten Mecklenburg-Voorpommeren,
Brandenburg, Thüringen, Saksen-Anhalt, Berlijn en Saksen, zijn de
oud-medewerkers van de gevreesde Oost-Duitse inlichtingendienst nog volop
present, zo blijkt uit de cijfers. De federale recherche gaf eerder deze week al
toe 23 mensen in dienst te hebben met een Stasi-verleden, na onthullingen van de
publieke tv-zender ARD. Twee voormalige Stasi-functionarissen werden daarbij
ingezet bij de bewaking van het buitenverblijf van bondskanselier Merkel.
Politici, historici en verenigingen van Stasi-slachtoffers reageerden de afgelopen week geschokt op de cijfers. De levensloop van ambtsdragers in Duitsland, met name in de oostelijke deelstaten, wordt altijd gecontroleerd om de overheidsorganen te vrijwaren van voormalige Stasi-medewerkers. Toch blijkt dit systeem niet optimaal te hebben gefunctioneerd.
Politieke verhoudingen
De vraag is of deze zogenoemde Überprüfungen sinds de Duitse hereniging consequent zijn doorgevoerd. Hoe fanatiek in het verleden werd gegraven van bijvoorbeeld deelstaatambtenaren, hing vaak af van de politieke verhoudingen in de deelstaat zelf, zo concludeerde historicus Hubertus Knabe in zijn vorig jaar verschenen boek Die Täter sind unter uns (‘de daders zijn in ons midden’). Vooral de door de CDU geregeerde deelstaten Thüringen en Saksen gingen in de jaren negentig het verleden van de eigen ambtenaren na.
In de stadstaat Berlijn is alleen ten tijde van het CDU-SPD-bewind het dossier van personeel met een hoge functie gelicht. Toen daar in 2000 een rood-rode coalitie tussen de SPD en de ex-communisten van de PDS, de latere Linkspartei, aantrad werd bijna niemand meer op zijn verleden gecontroleerd.
In Mecklenburg-Voorpommeren deed een soortgelijke situatie zich voor. Na de vorming van een rood-rode regering in 1999 werden ook daar alleen hoge ambtenaren doorgelicht. Daarnaast voerde de deelstaat een verjaringstermijn in. Alleen wie na 1981 nog voor de Stasi actief was, kon een loopbaan in de regionale regering mislopen.
In
Brandenburg hadden voormalige Stasi-medewerkers de grootste kans op een
ambtelijke carrière. De deelstaat controleerde zijn ambtenaren nauwelijks op een
besmet verleden. Daarnaast werd Brandenburg van 1990 tot 2000 geregeerd door de
SPD’er Manfred Stolpe, die voor de val van de Muur hoogstwaarschijnlijk zelf als
informant voor de Stasi werkte. De huidige beheerder van de Stasi-archieven in
Berlijn, Marianne Birthler, stapte in 1992 uit protest op als Brandenburgse
minister van Onderwijs, nadat het Stolpe’s verleden boven water kwam.
Immuniteit in de Bondsdag
De West-Duitse deelstaten en federale ministeries toetsen hun personeel bijna niet op vroegere activiteiten voor de Oost-Duitse geheime dienst. De Bondsdag besloot in 1991 dat het doopceel van parlementariërs alleen met uitdrukkelijke toestemming van de personen in kwestie mag worden gelicht. Als een volksvertegenwoordiger toch contacten met de Stasi heeft gehad of daar zelfs werkzaam is geweest, kan hij zich nog altijd beroepen op zijn parlementaire immuniteit.
In alle gevallen was en is het vaak moeilijk om iemand direct aan de Stasi te verbinden. In de maanden tussen de val van de Muur en de Duitse hereniging zijn veel personeelsdossiers van de Stasi opgeschoond of vernietigd. Daarnaast kent Duitsland geen centrale instantie die het overheidspersoneel op hun DDR-verleden controleert. Het Stasi-archief in Berlijn beschikt over veel informatie, maar vooral de lokale en regionale archieven kunnen vaak een beter licht werpen op de Oost-Duitse loopbaan van een sollicitant. Aangezien de informatie is verspreid, blijft het voor een werkgever lastig duidelijkheid over iemand verleden te krijgen.
‘Streep onder het verleden’
In principe zijn de cijfers die de Financial Times Deutschland voorlegde niet verbazingwekkend, zo benadrukte de Berlijnse burgemeester Klaus Wowereit (SPD) vrijdag in de FAZ. Ook de politievakbond GdP verbaast zich over de ontstane ophef. Voorzitter Konrad Freiberg pleit voor een streep onder het verleden, zolang voormalige Stasi-medewerkers maar niet hebben gelogen over hun verleden.
Het is daarbij de vraag of nieuwe ontmaskeringen wel tot vervolging zouden kunnen leiden. Sinds 2006 kunnen alleen nog hoge ambtenaren op hun verleden worden gecontroleerd. Voor het oud-personeel van de Oost-Duitse veiligheidsdienst dat nu een onopvallende functie ergens in de provincie bekleedt, is de Stasi juridisch gezien definitief een gesloten boek.
Sander van der Ploeg is redacteur van het Duitslandweb
Afbeeldingen:
elmada, flickr.com
dpa/Picture
Alliance
Het Ministerie voor Staatsveiligheid, kortweg Stasi, werd op 8 februari 1950 opgericht en gemodelleerd naar de Russische geheime dienst KGB. Zeker nadat de veiligheidsdienst vanaf 1957 onder leiding kwam te staan van Erich Mielke, groeide de Stasi uit de misschien wel de effectiefste geheime dienst ter wereld.
De Stasi was diep in alle lagen van de Oost-Duitse maatschappij doordrongen. Elementair waren de zogenoemde Informelle Mitarbeiter (IM's) - gewone burgers die als informant voor de Stasi werden gebruikt. Naar schatting beschikte de Stasi in 1989 over zo'n driehonderdduizend IM's en ongeveer 91 duizend mensen in vaste dienst.
Dit enorme apparaat liet een erfenis van duizenden dossiers met een lengte van zo'n 160 kilometer. Een nog onbekend aantal dossiers is kort na de val van de Muur vernietigd. Met behulp van de nieuwste apparatuur tracht de Bondsrepubliek teruggevonden versnipperde dossiers te herstellen.