Het wonder van Klinsmann
2006
1-nov-2006
De Duitsers hadden het allemaal al gezien. In Berlijn, waar een rood-groene regering van SPD en de Groenen er vooral in was geslaagd de bevolking van zich te vervreemden met een zigzaggend beleid zonder uitzicht op zekerheid in de toekomst (en er is weinig waar Duitsers een grotere hekel aan hebben). En in het bedrijfsleven, waar het management zich pal tegenover de werknemersorganisaties stelde en honderden mensen op straat zette om delen van de productie naar lagelonen landen te verhuizen.
De vervroegde parlementsverkiezingen hadden een sprankje hoop gebracht, maar de uitkomst had velen teleurgesteld. Het resultaat weerspiegelde de hang van de Duitsers naar gematigde hervormingen en evenwichtige verhoudingen, terwijl een duidelijke meerderheid voor een van de twee grote volkspartijen nodig was geweest om noodzakelijke politieke en economische hervormingen een impuls te geven. Vrijwel niemand had erop gerekend dat het land massaal ‘anders’ zou stemmen dan de diagnose voorschreef na zeven jaar rood-groene inhaalpolitiek en zestien jaar systeem-Kohl. Een typisch Duitse contradictie.
De droom
Aldus was er geen greintje optimisme aan de vooravond van het grote voetbaltoernooi. Hoop daarentegen bestond er wel, zo ondefinieerbaar en ongrijpbaar als dat sentiment maar kan zijn. Hoop dat Duitsland wereldkampioen zou worden en dat de Duitsers zo de kracht zouden vinden uit het dal te klimmen waarin ze collectief terecht waren gekomen.
Dat de droom uiteindelijk uitkwam, al bleef de wereldbeker dan buiten handbereik, werd beschouwd als een wonder. Een wonder van het soort uit 1954, toen Duitsland in Bern wereldkampioen werd en zichzelf als natie in Europa hervond. De parallel met het WK 2006 lag voor de hand, niet in de laatste plaats aangemoedigd door de buitengewoon aardige film die kort tevoren over het ‘wonder’ in Bern werd gemaakt. Maar ook omdat de Duitsers graag geloven in het bovennatuurlijke, in krachten die buiten het alledaagse en rationele liggen. Alleen zo is orde aan te brengen in wat het begrip te boven gaat.
Bij nader inzien, dus achteraf, beseffen de Duitsers overigens heel goed dat hun wonderen vooral dankzij hun eigen, soms fenomenale krachten tot stand zijn gekomen; door inzet, ijver en discipline, door toewijding en loyaliteit: deugden die in Duitsland onverminderd gelden, al worden ze dan minder gewaardeerd, met name in materiële zin. De Duitsers vonden deze deugden in de zomer van 2006 terug in het elftal van Klinsmann.
De eerste stapDe successen van Die Mannschaft werden het levende bewijs voor een these die vele politici, economen en zelfs geestelijken – die nog immer een voorname plaats hebben in de Duitse samenleving en veelvuldig over maatschappelijke ontwikkelingen en aspecten worden geconsulteerd - al jaren hadden verkondigd: de Duitse malaise is in belangrijke mate een mentale gesteldheid; een soort depressie die met een beetje zelfanalyse verdreven kan worden waarna ruimte ontstaat voor nieuwe wonderen.
Cruciaal in de aanpak van Klinsmann was dat hij het risico durfde te nemen bestaande structuren en belangen omver te kegelen. Hij stelde het Duitse elftal nieuw samen, op basis van zijn eigen inzicht, vertrouwend op conditietesten die de selectie moest ondergaan, en vooral dwars in tegen de vastgeroeste opvattingen van ruim tachtig miljoen Duitse voetbalfans. Klinsmann wist een klimaat te scheppen waarin voldoende geloof in eigen kunnen de angst voor het onbekende overwon, waarna risico nemen plots geen gevaar meer betekende, maar een gecontroleerde beweging voorwaarts. Niet voor niets werd het Duitse voetbalsucces door bondskanselier Angela Merkel omarmd als voorbeeld voor Duitsland.
De taaie werkelijkheid leert dat een wonder nog niet hetzelfde is als een sprookje waarin een pokdalige pompoen verandert in een gouden koets. Met het WK is ook de dronken makende euforie uit het land verdwenen - al proberen sommigen er hardnekkig aan vast te houden, getuige de vele vlaggetjes die nog steeds op de auto’s wapperen. De depressie is nog niet verdreven. Maar de tijd dat Duitsland zich massaal krachtelozer voelde dan het was, lijkt wel voorbij. Dat is de eerste stap op weg naar een volgend Wirtschaftswunder.





Sigrid de Vries is directeur communicatie van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA) in Brussel. Van 2001 tot 2006 was zij Duitsland-correspondent in voor het Financieele Dagblad en De Tijd.