Het opzienbarende ‘nee’
2003
27-okt-2006
Het kerkorgel haalde onheilspellend uit. Lied 430 uit de evangelische gezangbundel. Gib Frieden Herr, gib Frieden. De Dreikönigskirche in Dresden was vol, laatkomers moesten staan onder het zandsteenreliëf met de Totentanz. De meeste bezoekers kenden lied 430 uit hun hoofd.
Het was maandag 27 januari 2003, vijf uur. In New York besprak de VN-Veiligheidsraad een rapport over de wapeninspecties in Irak. In Dresden Neustadt werd gebeden voor George W. Bush. “Oh komm du Geist der Wahrheit.”
De Amerikaanse president stoomde op naar de Golf en Duitsland was het daar niet mee eens. 70 procent van de bevolking was tegen een aanval op Irak. Bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) was uitgegroeid tot de belangrijkste tegenstander van een oorlog in het bevriende, westerse kamp. Duitse troepen, zo stelde hij keer op keer, zullen niet deelnemen aan een militaire expeditie tegen Saddam Hussein.
ReddingSchröder had ‘Irak’ ontdekt in de slotfase van de race om de Bondsdagverkiezingen. In de nazomer van 2002 stond hij in de tweekamp met de christendemocraat Edmund Stoiber dramatisch op achterstand. Met een duidelijk ‘nee’ tegen de ophanden zijnde oorlog was hij de markante, maar niet bijster populaire, conservatief uit Beieren nog net op tijd voorbijgestreefd. Zijn verzet tegen Bush én zijn doortastende optreden tijdens de overstroming van de Elbe waren zijn electorale redding geweest. Zonder Irak geen Schröder II.
De Amerikanen waren ziedend. Ze vonden het billijk dat Duitsland niet met troepen aan een aanval zou deelnemen, maar het luidruchtige verzet tegen de oorlog schoot ze in het verkeerde keelgat. Duitsland maakte aan Saddam duidelijk dat de wereldgemeenschap géén gesloten front vormde, Bush was persoonlijk beledigd door Schröders solotoer. Duitsland werd het mikpunt van sarcasme van de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld. Duitsland is “een probleem” uit het “oude Europa” waarvoor maar een devies geldt: “Als je eenmaal in een kuil zit, moet je ophouden met graven.”
In München kwam het tot een showdown. Donald Rumsfeld versus Joschka Fischer. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken was in topvorm toen hij in de deftige Bayerischer Hof het Navo-establishment toesprak. Excuse me, but I am not convinced. Sorry, maar de Amerikaanse argumenten voor een oorlog overtuigen me niet. “Dat is mijn probleem.” Rumsfeld luisterde met samengeperste lippen. Hij zei niets. Fischer rook bloed. “Ik ben van een generatie die vraagt: overtuig me.”
MotievenDe Duitse argumenten tegen een oorlog waren legio. Het gevaar dat van Hussein uitgaat rechtvaardigt geen oorlog, er is geen plan voor een post-Hussein tijdperk, een nieuwe brandhaard in het toch al licht-explosieve Midden-Oosten is onverantwoord. Terugblikkend hebben die argumenten alleen maar aan kracht gewonnen.
Ook speelde de Duitse geschiedenis een rol. Oorlog, zei Schröder, is de slechtst denkbare vorm van politiek, dat “heeft zich diep in ons collectieve geheugen vastgezet.” In Oost-Duitsland was de kritiek op Bush pittig en wijdverspreid. Anti-amerikanisme en pacifisme gingen er hand in hand. Tijdens een diner in Mecklenburg-Vorpommern fileerde de gastvrouw eerst het wereldbeeld van de Amerikaanse president om pas daarna de gerookte ganzenborst aan te snijden. In het kort: het is hem alleen om de olie te doen.
Schröder volgde het sentiment in zijn land en forceerde daarmee een kentering in Duits buitenlands beleid. Voor het eerst in 55 jaar verzette Duitsland zich tegen de Verenigde Staten.
Emancipatie
Het opzienbarende Duitse ‘nee’ begon als een doorzichtige poging van een politicus in nood een bijna verloren verkiezingsrace te winnen. Het leidde kortstondig tot een internationaal isolement, toen Duitsland als enige hardop tegen de oorlogsplannen fulmineerde. En het eindigde in een curieuze alliantie tussen Berlijn, Moskou en Peking, onder aanvoering van Parijs.
Vanaf dag 1 had Schröder nóg een motief. “Duits beleid wordt in Berlijn gemaakt”, riep hij op verkiezingstournee in Münster zelfbewust, “en nergens anders!” In de Münsterhalle kreeg hij voor die opmerking een staande ovatie. ‘Irak’, dat was voor Duitsland ook emancipatie.
“We hebben de mogelijkheden en de plicht om volwassen te worden”, zei Bondsdagvoorzitter Wolfgang Thierse (SPD). “Het proces van Selbstfindung speelt beslist een rol”, beaamde ook een hoge medewerker van Schröders kanselarij. “Duitsland is op weg naar een zelfstandigere positie in wereld. Het is een proces van volwassenwording.”
Losser van de VS, noodgedwongen in de armen van Frankrijk. Zo rolde Schröder uit het Irak-avontuur. Gebrouilleerd met de hypermacht, veroordeeld tot samenwerking met een land waarmee hij eigenlijk niet bijster veel affiniteit had. De prijs voor de dubbele manoeuvre ‘mét Frankrijk tegen de VS’ was een aanzienlijk machtsverlies. In Washington circuleerde na de oorlog een korte formule: Frankrijk bestraffen, Rusland vergeven, Duitsland negeren.
Angela Merkel is inmiddels druk doende de herinneringen aan 2003 uit te wissen






Michel Kerres werkt sinds 2001 als correspondent voor NRC Handelsblad in Berlijn. Zijn stukken verschijnen ook in NRC Next en op NRC.nl.