De hoogtijdagen van een afgetraind bewindsman
1999
5-dec-2006
Het zou grootspraak zijn als ik zou zeggen dat er spatten op mijn kleren kwamen, maar ik stond wel vlakbij Joschka Fischer toen deze – op Hemelvaartsdag 1999 – getroffen werd door een verfbommetje. De minister van Buitenlandse Zaken greep in een reflex naar zijn rechteroor, z’n gezicht verkrampte van de pijn. Het projectiel had zijn trommelvlies gescheurd, constateerden artsen enkele uren later in het ziekenhuis.
Het belette der Joschka niet die dag één van de beste toespraken uit zijn politieke carrière te houden. Hij kreeg het extra congres van de Groenen in Bielefeld volledig plat. Toen een paar partijgenoten van de linkervleugel “oorlogshitser, oorlogshitser!” schreeuwden, gaf de (toen nog) tanige en afgetrainde bewindsman ze lik op stuk: “Ja, ja, hier spreekt een oorlogshitser. En straks dragen jullie Slobodan Milosevic nog voor de Nobelprijs voor de Vrede voor.”
De Joegoslavische president had zijn leger naar Kosovo gestuurd om deze opstandige provincie met geweld tot de orde te roepen. De NAVO probeerde, onder andere met bombardementen op de hoofdstad Belgrado, hem tot andere gedachten te brengen. De Duitse regering van bondskanselier Gerhard Schröder en minister Joschka Fischer steunde die bombardementen, een flink deel van de achterban van de Groenen gruwde ervan. Vandaar dat extra congres.
De stemming was bitter en gespannen. Van het station naar het congrescentrum stonden honderden agenten – een vreemde gewaarwording voor een partij die sterke pacifistische wortels heeft. En ook de vergaderzaal werd streng bewaakt – desondanks wist iemand met een verfbommetje binnen te komen.
Onaantastbaar
De dagen voorafgaand aan de partijbijeenkomst had Fischer grote middelen ingezet. ‘Nooit meer Auschwitz’, was zijn stelling: Milosevic mocht niet de kans krijgen genocide op de Kosovaren te plegen. Zijn tegenstanders in de partij noemden de vergelijking met de Holocaust ongepast. Op het congres gaf de partijleider toe dat hij misschien wat al te zware woorden had gebruikt, maar het ging hem om het principe: het is onzin om je tegen elke vorm van geweld te verklaren, want soms is geweld nodig om erger te voorkomen. Bombardementen zijn vreselijk, maar als daarmee voorkomen kan worden dat tien- en misschien wel honderdduizenden burgers over de kling gejaagd worden, dan hebben ze toch hun nut.
Fischer, gewezen taxichauffeur, activist en straatvechter, kreeg zijn zin en dat was een belangrijke ontwikkeling die grote invloed had op de politieke verhoudingen in Duitsland. De Realpolitiker had zijn partijleiderschap bevestigd, zijn positie was nu haast onaantastbaar, de achterban wist dat er geen alternatief was en volgde Joschka braafjes, de Groenen toonden zich zes jaar lang een loyale coalitiepartner die er mee akkoord ging dat Duitse militairen voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog aan een oorlog deelnamen.
Jeugdig type
Toen de rood-groene coalitie in 1998 begon, voorspelden vele politieke waarnemers dat de wispelturige en verdeelde Groenen binnen de kortste keren een eind zouden maken aan de samenwerking met de sociaal-democraten van Gerhard Schröder. Zij hadden het mis. Het was de bondskanselier die het avontuur voortijdig liet stranden. Hij schreef in 2005 tot ontsteltenis van Fischer plotseling vervroegde Bondsdagverkiezingen uit. Met deze verrassende zet dacht hij CDU/CSU en de FPD in de verdediging te drukken en de hopeloze achterstand op deze partijen goed te maken. Fischer had veel liever gewacht tot de geplande verkiezingen van 2006, dan had de coalitie tijd gehad zich te herstellen. Tot ieders verrassing slaagde Schröder bijna. Maar net niet helemaal: Angela Merkel werd de nieuwe bondskanselier.
Tijdens de campagne in 2005 zag ik Joschka Fischer bij een spreekbeurt in Aken. Hij was zichtbaar aangekomen – het ministerschap had zijn sporen achtergelaten. Volgens de roddelpers had hij kort ervoor zijn jonge vriendin - die nog niet zo lang aan zijn zijde was – al weer ingeruild voor een nog jeugdiger type. Nog steeds wist Fischer, retorisch zeer getalenteerd, zijn gehoor te begeesteren, ondanks zijn kapotte stem. Hij zwiepte zijn verwensingen aan het adres van de andere partijen over het marktplein. Duitsland had slechts baat bij één partij, en dat waren de Groenen, schreeuwde hij met overslaande stem.
Toch wist Fischer niet helemaal te overtuigen. Er zat iets berustends in zijn optreden, alsof hij zich al had neergelegd bij de nederlaag. Hij maakte ook een toespeling op zijn mogelijk vertrek.
De gesjeesde student is nu hoogleraar aan de universiteit van Princeton, en columnist. Verder hoor je niets van ‘m. Dat is jammer. Joschka Fischer was van het kaliber Willy Brandt, Walter Scheel en Helmut Schmidt, een politicus over wie je als correspondent graag mocht schrijven. Met Frank Walter Steinmeier, zijn opvolger, heb ik niet zo veel. En zo te lezen de huidige lichting correspondenten in Berlijn evenmin.





Co Welgraven is boekenredacteur bij dagblad Trouw. Van 1996 tot 2000 was hij namens deze krant correspondent in Berlijn. Daarvoor was hij onder meer parlementsredacteur in Den Haag en correspondent in Brussel voor Trouw.