Het jaar van de stilstand
1997
15-nov-2006
Februari was nog maar net vier dagen jong, toen er met de bouw van een nieuw Kanzleramt werd begonnen. Timmeren aan de toekomst, zeg maar. Middenin de hoofdstad, op de kale Todesstreifen tussen Oost- en West-Berlijn, waar nog geen decennium eerder de Muur verliep. Daar moest de betonnen doos verrijzen die Helmut Kohl per se had gewild. Een nieuwe regeringszetel voor de oude regeringsleider. De kroon op het werk van de kanselier van de eenheid.
Het had een mooie, optimistische opmaat kunnen zijn voor het jaar 1997. Vereend vestigt zich het Duitse volk aan de Spree. De nieuwe regeringscentrale zou dan wel iets minder pompeus worden dan de bondskanselier had gedacht. Om de kosten te drukken moest architect Axel Schultes namelijk acht meter lager bouwen dan gepland. Maar zo zou de betonnen kolos in ieder geval de historische Rijksdag, waar het parlement zou komen te zitten, niet in de schaduw stellen. En dat was politiek conform de juiste proporties.
Ook de architectonische motieven deugden. Transparant moest de nieuwe regeringscentrale worden. Helder, open en de moderniteit van het verenigde Duitsland verbeeldend. Vandaar ook de doorkijk in de zijmuur van het Kanzleramt, dat door een altijd mopperende meerderheid al gauw ‘Kohls wasmachine’ werd gedoopt. Dat deed niet alleen fataal denken aan ‘Erichs lampenwinkel’, de bijnaam van het Volkskammer-gebouw in Oost-Berlijn. Het was ook typisch voor de negatieve blik waarmee de Duitsers hun nieuwe, vereende republiek waarnamen. Pessimistisch gepoold zagen zij in het grote Kohl-project eigenlijk alleen maar onbeweeglijk beton.
De Duitse ziekteIk woonde begin ’97 nog niet eens zó lang in Berlijn – een jaar of vier – maar leek soms al met zo’n zelfde mistroostige blik behept te zijn. De “Duitse ziekte”, zoals het Amerikaanse weekblad Newsweek de maatschappelijke verlamming noemde, was blijkbaar aanstekelijk. Dat de Duitse politiek zich opmaakte voor een verhuizing naar Berlijn was een opwindend vooruitzicht. Maar dat daar onder Helmut Kohl de onbeweeglijkheid van de ‘Bonner Republiek’ gekloond zou kunnen worden, was een bange droom. Het leek alsof het lood uit de “bleierne Zeit” - de voorafgaande decennia van RAF-terrorisme en Notstandsgesetze - de Duitsers collectief in de schoenen was gezakt. Duitsland was niet meer vooruit te branden!
Het was niet echt een Reform-jaar, ook al had iedereen de mond vol van hervormingen. Het belastingstelsel, de spelling, de post, het studiegeld, de AOW, het staatsburgerschap, de sociale zekerheid, het strafrecht – het moest allemaal hervormd worden. Maar er is van dat alles in ’97 niet echt veel terecht gekomen. Het was al heel wat, dat de Bondsdag er in mei voor zorgde dat 'verkrachting in het huwelijk' eindelijk ook in Duitsland als misdaad in de strafwet werd opgenomen. Typerend wellicht, dat de Duitse politiek wel meer dan 25 jaar moest debatteren, voordat er in het parlement voor deze hervorming een meerderheid was gevonden.
Medicijn
Het beroemde hotel Adlon was nog niet officieel geopend toen bondspresident Roman Herzog op 26 april het onaffe pand betrad om voor zo’n tweehonderd genodigden zijn eerste Berliner Rede te houden. Het was ook meteen zijn beroemdste en meest omstreden toespraak, omdat de staatsrechtgeleerde fel van leer trok tegen de héle Duitse elite, die voor een goed deel in de bouwput was verzameld. Hij constateerde het “verlies van economische dynamiek”, “de verstarring van de samenleving” en een “ongelooflijke mentale depressie”. De politiek moest nu eindelijk eens de hervormingen aanpakken, waar iedereen de mond zo van vol had. “Bill Gates begon in een garage en beheerde als jongeman al een wereldconcern,” zo hield de bondspresident zijn toehoorders voor. “Menigeen zegt met bittere spot, dat diens garageonderneming bij óns al op de arbeidsinspectie was stukgelopen!” Een reguleringsgekte, die alleen maar tot stilstand leidt. Duitsland, zo meende Roman Herzog, moest wakker worden geschud.
Herzogs moedige filippica – die als Ruckrede de geschiedenis in zou gaan – kreeg een braaf applaus. Niet alleen van de genodigden in Adlon-in-aanbouw, maar ook in de Bonner politiek. Een paar weken later was de toon daar echter alweer een andere. De president heeft de plank misgeslagen, vonden diens christendemocratische partijgenoten: de hervormingen zijn niet vastgelopen, ze zijn door de SPD-oppositie geblokkeerd! De cartoonist van de Süddeutsche Zeitung vatte dat á la Wilhelm Busch rijmend samen: “De zondaar denkt na Herzogs schelden, dat zal wel alle anderen gelden!”
Herzogs medicijn - zijn schokkende toespraak - had niet echt geholpen. De bacillen van de Duitse ziekte dwarrelden nog altijd door de moedeloze atmosfeer. Op de laatste dag van het jaar beklaagde de parlementaire verslaggeefster van de Berliner Zeitung de “onbeweeglijkheid van de regering in Bonn”. Treurig gestemd herinnerde ze aan al die verspilde energie, die in al die verzande initiatieven was gestoken. 1997 was niet alleen het jaar van de stilstand, concludeerde de krant, het was ook het jaar van het wachten. Met bange verwachtingen voor het aanstaande verkiezingsjaar.




Jacques Schmitz is NOS-correspondent in Duitsland. In 1995 begon hij als correspondent van het Radio 1 Journaal in Berlijn. Daarvoor was hij vanaf het midden van de jaren tachtig Oost-Europa-correspondent voor diverse media, met Boedapest als standplaats.
