Alle ogen op Angela
De Midden-Oostenpolitiek van de kersverse EU-voorzitter
9-jan-2007
“Zet
af en toe je mobiele telefoon gewoon eens uit”, drukte Angela Merkel haar
landgenoten in haar nieuwjaarstoespraak op het hart. Zelf zal ze aan die goede
raad geen gehoor kunnen geven, want de internationaal nog betrekkelijk onervaren
bondskanselier heeft het komend half jaar, wanneer Duitsland voorzitter is van
zowel de EU als de G8, een overvolle agenda. Aan hoofdpijndossiers geen gebrek.
Of het nu om de impasse rondom de Europese grondwet, de slepende kwestie van het
Turkse EU-lidmaatschap of de haperende toevoer van Russisch gas gaat, Merkel zal
zich niet hoeven te vervelen. De grootste uitdaging ligt misschien wel in het
Midden-Oosten, waar de Amerikanen bezig zijn de scherven van hun Irak-beleid bij
elkaar te vegen, maar de EU nog steeds de grote afwezige is. Kan Angela Merkel
daar verandering in brengen?
Behoedzaam
‘Europa lukt gezamenlijk’ luidt de titel van het programma voor het Duitse EU-voorzitterschap. De harmonieuze toon is kenmerkend voor het nieuwe geluid van de Duitse buitenlandse politiek, die wars is van grote woorden. Het verschil met de mastodont Gerhard Schröder, die niet vies was van populistische spelletjes, is overduidelijk. Onder Schröder kwam er een einde aan Duitslands langdurige, door een beladen verleden bepaalde ‘vakantie van de wereldpolitiek’. Decennia aan buitenlands beleid gingen daarbij op de schop. De altijd zo innige Atlantische banden liepen een fikse deuk op door de knallende ruzie met de Verenigde Staten over Irak, het taboe op de buitenlandse inzet van Duitse militairen werd doorbroken en in Europa, waar Duitsland altijd het braafste jongetje van de klas was geweest, trok Schröder zich weinig aan van de financiële spelregels van het Stabiliteitspact.
Het afwerpen van de historische ballast was een bevrijding, maar ging met zo veel kabaal gepaard dat een Duits isolement dreigde. Merkel gaat behoedzamer te werk en probeert de irritaties van de afgelopen jaren weg te masseren, maar zij profiteert wel van de door de rood-groene coalitie herwonnen speelruimte. Duitsland spreekt weer mee op het internationale toneel.
GASP
Er wordt dan ook veel verwacht van het Duitse voorzitterschap, zeker nu de andere traditionele Europese grootmachten er even niet toe doen. Tony Blair, die toch al te boek staat als loopjongen van George Bush, is bezig aan de laatste maanden van zijn premierschap en Frankrijk is in de greep van de naderende presidentsverkiezingen. Het is daarom aan Duitsland, waar wel een stabiele regering zit, om het buitenlandspolitieke profiel van de EU aan te scherpen. In 2003 presenteerde de EU onder de titel 'Een veiliger Europa in een betere wereld' een nieuwe veiligheidsstrategie, die ervoor moest zorgen dat de EU eindelijk een internationale machtspositie ontwikkelt die past bij haar status van economisch zwaargewicht. De vorming van een Gemeinsame Außen- und Sicherheitspolitik (GASP) -een term waar de Duitse beleidsdocumenten over Europapolitiek vol mee staan- is daarbij cruciaal. Maar ondanks alle goede bedoelingen komt GASP -dat in het Engels toepasselijk naar adem happen betekent- niet echt op gang. Of het nu om de juiste houding ten opzichte van Rusland of om de executie van Saddam Hussein gaat, keer op keer blijkt de inmiddels overvolle Europese Unie niet bij machte met één stem te spreken.
Duitsland en het Midden-Oosten
Een
gemeenschappelijke opstelling van de EU is vooral wenselijk ten aanzien van het
Midden-Oosten, waar met de chaos in Irak en Irans nucleaire ambities de
problemen zich opstapelen. Volgens de gezaghebbende denktank
Stiftung Wissenschaft und
Politik liggen dáár kansen voor Merkels voorzitterschap. Voormalig minister
van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer probeerde al herhaaldelijk in het
Israëlisch-Palestijns conflict te bemiddelen en ook nu is Duitsland bijzonder
actief in de regio. Frank-Walter Steinmeier (SPD), de huidige minister van
Buitenlandse Zaken, kwam er dit jaar al zes keer en bracht vorige maand nog een
bezoek aan Syrië, dat hij tot een meer constructieve houding inzake Libanon
probeerde te bewegen. Tegelijkertijd patrouilleren Duitse schepen voor de
Libanese kust om toe te zien op het bestand tussen Hezbollah en Israël. Verder
zit Duitsland nog aan tafel bij de onderhandelingen die de vijf permanente leden
van de VN-Veiligheidsraad met Iran voeren. Als de op één na belangrijkste
handelspartner -afgelopen jaar werden er goederen ter waarde van 4,4 miljard
euro naar Iran geëxporteerd- wordt Duitsland serieus genomen in Teheran. Die
economische belangen zijn er volgens sommigen de oorzaak van dat Berlijn zich
doof houdt voor de aanzwellende roep van met name Israël en de Verenigde Staten
om hardere sancties tegen het Iranese bewind.
Uit deze actieve diplomatie blijkt dat Duitsland langzamerhand een ‘normaal’ land wordt op de internationale bühne. Helemaal verdwenen zijn de spoken uit het verleden nog niet, maar ze houden de Duitse buitenlandse politiek niet langer in gijzeling. Hoewel de inzet van marineschepen in plaats van grondtroepen de kans op een confrontatie tussen Duitse en Israëlische soldaten minimaliseert, waren er in de Bondsdag nog steeds oppositiepartijen die op historische gronden tegen Duitse militaire aanwezigheid in het Midden-Oosten waren. Ze konden de missie echter niet tegenhouden. En toen de Israëlische premier Ehud Olmert onlangs begon over Duitslands morele verplichting om hard op te treden tegen de antisemitische retoriek van Iran, maakte dat niet veel indruk.
De hoop van landen als Syrië dat een sterkere rol van de EU ten koste zal gaan van de Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten, lijkt echter ook niet realistisch. Uit de veelvuldige consultaties met Washington blijkt dat Merkel, anders dan haar voorganger, niet van plan is Europa’s internationale prestige op te vijzelen door anti-Amerikaanse sentimenten aan te wakkeren. De EU kan volgens haar alleen samen met Amerika iets bereiken in het Midden-Oosten en ze hamert dan ook op herleving van het ‘Midden-Oosten-Kwartet’ Amerika, Rusland, VN en EU, dat zich voor een definitieve vredesregeling moet gaan inzetten. Hemelbestormend is het allemaal niet en spectaculaire ontwikkelingen zijn dan ook niet te verwachten. Duidelijk is wel dat Duitsland het EU-voorzitterschap wil benutten om Europa in het Midden-Oosten sterker op de kaart te zetten.
Filip Bloem is als historicus verbonden aan de Universiteit Leiden.

