Bruggenbouwer tegen wil en dank
Turkije: achilleshiel van het Duitse voorzitterschap?
10-jan-2007
‘Duitsland
kent zijn mogelijkheden, maar ook zijn grenzen’. Deze relativerende woorden
sprak kanselier Merkel op 14 december in de Bondsdag, kort voordat zij zou
afreizen naar de Europese top in Brussel. Het was Merkel niet ontgaan dat de
verwachtingen van het Duitse EU-voorzitterschap – het onderwerp van haar
redevoering – bijzonder hooggespannen zijn, zowel in de EU als in Duitsland
zelf. Volgens velen is de kanselier de enige persoon die in staat mag worden
geacht de door het Franse en Nederlandse electoraat weggestemde Europese
Grondwet nieuw leven in te blazen, te meer omdat zij de reputatie geniet een
bruggenbouwer – tussen Oost en West, tussen klein en groot, tussen eurocentrisch
en Atlantisch georiënteerd – binnen Europa te zijn.
Uiterlijk in juni wil Merkel de meningen van de lidstaten over de toekomst van de verdieping van de Europese integratie hebben geïnventariseerd. Echter, de kwestie van de verbreding van de EU zal niet minder diplomatieke stuurmanskunst van de nieuwe voorzitter vergen. De door Merkel gebezigde term ‘grenzen’ duikt namelijk ook op in een discussie die immer meer verdeeldheid lijkt te zaaien binnen de Unie: waar eindigt Europa, geografisch gezien? Met andere woorden: welke landen komen in de toekomst voor toetreding in aanmerking? Dat Kroatië, lid van de ‘Habsburgse familie’, ooit mag aanschuiven staat zo onderhand wel buiten kijf, maar geldt dat ook voor een ex-Sovjet-republiek als Georgië?
Opgeschort
Binnen dit schier eindeloze debat neemt Turkije een bijzondere positie in. De toetredingsonderhandelingen met Ankara zijn in december 2005 weliswaar van start gegaan, maar de opname van een islamitisch land in de EU-gelederen roept in toenemende mate verzet op onder de inwoners van de huidige lidstaten. De onderhandelingen zelf zijn tot nog toe verre van vlekkeloos verlopen – op acht punten zijn ze inmiddels opgeschort. Kanselier Merkel zal, meer dan de Finse premier Vanhanen, haar voorganger als EU-voorzitter, problemen ondervinden bij het forceren van een oplossing. Hier zijn drie redenen voor.
Allereerst is daar de complexiteit van het dossier zelf en alles wat ermee verband houdt. Men denke aan het Cyprus-vraagstuk – Turkije erkent als enige land ter wereld de Turkse Republiek Noord-Cyprus en weigert schepen en vliegtuigen uit (Grieks-)Cyprus toe te laten – en de kwestie van de Armeense genocide. In 2007 zullen er parlementsverkiezingen plaatsvinden in Turkije, waardoor premier Erdogan, of welke politicus dan ook, niet geneigd zal zijn concessies te doen.
Ten tweede zijn de EU-landen nog altijd diep verdeeld over de gesprekken met Turkije. Frankrijk en Oostenrijk zouden deze het liefst per ommegaande stopzetten, terwijl Groot-Brittannië en de meeste nieuwe lidstaten de Turkse toetreding blijven steunen. Nu kan kanselier Merkel inderdaad een poging wagen te bemiddelen tussen beide kampen, ware het niet dat Duitsland sinds haar aantreden als regeringsleider in oktober 2005 zelf een koerswijziging in zijn Turkije-politiek heeft doorgevoerd. Onderschreven kanselier Schröder en zijn minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer de Turkse EU-aspiraties vol overgave – ook om het Duitse electoraat van Turkse origine te bekoren – onder Merkel stelt Berlijn zich een stuk terughoudender op. Interessant is dat Frankrijk een soortgelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. President Chirac viel Schröder altijd bij in diens gepassioneerde pleidooien ten behoeve van de Turkse zaak, maar lijkt na het Franse non tegen de Grondwet (mei 2005) de ene na de andere barrière op te werpen voor de Turken.
Aldus komen we bij het derde punt. Merkel, de CDU en de Beierse zusterpartij CSU zijn altijd fel gekant geweest tegen toetreding van Turkije tot de EU, die zij – evenals veel geestverwante politici in Europa – beschouwen als een christelijk bastion. Merkels leermeester Helmut Kohl initieerde reeds in maart 1997 een verklaring, waarin zes Europese christendemocratische partijen een Turks EU-lidmaatschap resoluut van de hand wezen. Kohl vreesde dat toetreding van Turkije de verdieping van de integratie zou verlammen en de EU in een verwaterde vrijhandelszone zou doen veranderen – precies de reden waarom Britse politici als Blair, en voor hem Thatcher, vóór Turkije pleiten.
Gepriviligeerd partnerschap
Sinds
zij in april 2000 het CDU-voorzitterschap heeft overgenomen, is Merkel nimmer
werkelijk van deze lijn afgeweken, daarin aangemoedigd door haar rivaal, de
Beierse premier Stoiber. Enige voorbeelden. Kort na Merkels aantreden als
partijleider presenteerde de CDU/CSU een Thesenpapier dat de volgende
stelling bevatte: ‘De EU dient haar uitbreiding op basis van gedeelde waarden en
historische ervaringen vorm te geven’. Merkel begon in september 2004 een lobby
onder haar Europese collega’s van christen-democratische huize voor het concept
van een ‘gepriviligeerd partnerschap’ voor Turkije (in augustus 2005 stuurde zij
een brief van soortgelijke strekking rond).
Dit inspireerde Michael Glos, fractievoorzitter van de CSU in de Beierse
Landtag (inmiddels dient hij als minister van Economische Zaken in de
regering-Merkel), om een heuse handtekeningenactie tegen Turkije te beginnen.
Merkel trok haar steun voor Glos’ plan in, omdat CDU-baronnen als Christian
Wulff en Jürgen Rüttgers het naar ordinair populisme vonden rieken. De Turkse
premier Erdogan verweet de CDU/CSU prompt het onderwerp voor
binnenlandspolitieke doeleinden te willen exploiteren. In een hevig debat over
Turkije in de Bondsdag in december 2004 sprak Merkel zich opnieuw tegen Turkije
uit, ditmaal refererend aan de mensenrechtensituatie in het land en de kwestie
Cyprus.
Ankara en zijn engelbewaarders
De vorming van de Grosse Koalition na de verkiezingen in 2005 behelsde het sluiten van een wapenstilstand tussen CDU/CSU en SPD, zoals Der Spiegel het onlangs formuleerde. De SPD is de pro-Turkse koers van Schröder altijd trouw gebleven, zij het dat dissidenten als oud-kanselier Helmut Schmidt lijnrecht tegenover deze koers staan. Het netto-resultaat is natuurlijk wel minder enthousiasme dan onder Schröder en Fischer het geval was. SPD-minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier ziet nauwlettend toe op de naleving van het ‘bestand’. Sinds ze haar intrek in het Kanzleramt heeft genomen, heeft Merkel haar toon zeker gematigd (hoewel met name de CSU blijft tegensputteren), maar haar diepgewortelde scepsis is geenszins verdwenen. Begin december liet de kanselier doorschemeren Turkije strenge voorwaarden voor een volledige hervatting van de toetredingsonderhandelingen te willen opleggen.
De uitspraken die Merkel en haar CDU/CSU-companen de afgelopen jaren hebben gedaan en de activiteiten die zij aan de dag hebben gelegd, zijn Ankara en zijn engelbewaarders in de EU, Londen voorop, beslist niet ontgaan. Wellicht boekt Merkel de komende maanden vooruitgang met betrekking tot de Europese Grondwet, maar wat betreft het Turkije-dossier zal niet iedereen een rol als Ehrliche Macherin even geloofwaardig vinden.
Jeroen Bult is verbonden aan het Institute of International & Social Studies in Tallinn.



