‘De zaak moet in beweging blijven’
Staatsecretaris Gloser over de reanimatie van de Grondwet
2-feb-2007
“Wie visioenen heeft, kan maar beter meteen naar de dokter gaan.” Met een kwajongensachtige glimlach geeft staatssecretaris voor Europa Günter Gloser (SPD) het beroemde citaat van zijn oud-partijgenoot en oud-bondskanselier Helmut Schmidt ten beste. De goedgeluimde Gloser is allesbehalve een dromer, maar aan de Europese droom hecht hij net als veel Duitse politici veel waarde. Om die te verwezenlijken is een grondwettelijk verdrag hard nodig, betoogt de Duitse staatssecretaris. Al mag het woordje grondwet best sneuvelen. Dat maakt hem niet uit.
“De Europese Unie is uniek in de wereld. In de 75 jaar voor 1945 woedden er op het continent drie grote, rampzalige oorlogen. Sinds 1945 hebben wij nu al 62 jaar met elkaar in vrede en welvaart geleefd.
Sinds het stranden van de Europese Grondwet in 2005 heeft iedereen het maar over crisis dit, crisis dat. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Het is tijd om de problemen aan te pakken. De verwachtingen van ons voorzitterschap zijn hooggespannen. Het zal moeilijk zijn al onze doelstellingen te bereiken. Toch denk ik dat ons programma met recht ambitieus mag heten.”
U stelt dat er geen alternatief is voor de Europese integratie. Geldt dat ook voor de Europese Grondwet?
“Europa is meer dan alleen een vrijhandelszone. Nu de Unie is gegroeid naar 27 lidstaten, kunnen we niet volstaan met de bestuurlijke mechanismen die in de jaren ’60 en ’70 zijn ontwikkeld. We hebben een verdrag nodig dat de EU in staat stelt effectief te handelen. Of je het nu grondwet wilt noemen of iets anders.
Alle regeringen en staatshoofden hebben dit verdrag in 2004 ondertekend, dat schept ook de verplichting de politieke wil te vinden hier samen uit te komen. Het document is een fair compromis. Geheel openbreken zou de definitieve dood van het verdrag betekenen.”
Duitsland wil de essentie van de Grondwet zoveel mogelijk behouden. Neemt u dan niet het risico Nederland, Frankrijk en andere eurosceptische landen van zich te vervreemden?
“Wij hebben steeds gezegd: het verdrag is een goede basis om onderhandelingen te voeren over de verschillende opvattingen. We kunnen niet een tweede keer met dezelfde tekst aankomen, wel willen we de inhoud overeind houden.
De debatten in Frankrijk, Nederland en sceptische landen als Engeland, Polen en Tsjechië nemen we serieus. De uitslagen van de referenda respecteren we. Wat alleen niet kan, is dat door een veto het hele proces weer tot stilstand komt. De zaak moet in beweging blijven.
We willen luisteren en meedenken, maar het moet duidelijk zijn dat geen enkel land zijn eigenbelang aan anderen kan opleggen. Duitsland heeft het mandaat gekregen het project weer op de rails te zetten en dat mandaat willen wij uitvoeren.”
Achttien van de 27 lidstaten hebben de Grondwet geratificeerd, benadrukt Berlijn. Is dit een stille hint aan de nee-stemmers om concessies te doen?
“We hebben het hier niet over een voetbaluitslag van achttien tegen twee of tegen negen. Er is geen sprake van twee blokken die tegenover elkaar staan. Het probleem is dat elk twijfelend land zijn eigen redenen heeft om sceptisch te zijn. Het Franse nee is niet hetzelfde als het Nederlandse. In Engeland denken ze weer anders. Het gaat erom dat er schot in de zaak komt. Hoe ver gaan wij, hoe ver gaan zij. Elk land moet bereid zijn compromissen te sluiten.
Aan de andere kant moet je de zaken in perspectief zien. De discussie gaat nooit over de landen die ‘ja’ gezegd hebben. Bij referenda in Spanje en Luxemburg was de meerderheid wél voor ratificatie. Soms lijkt het ook wel alsof men denkt dat een ja-stem door het parlement minder waard zou zijn dan een referendum. Daar ben ik het niet mee eens. Elk land heeft zijn eigen democratische tradities.”
Kanselier Merkel heeft elk land gevraagd één gesprekspartner af te vaardigen om de eerste onderhandelingen te voeren, daarbij het traditionele vergadercircuit omzeilend. Heeft Duitsland haast?
“Het is onze taak om vaart achter de zaak te zetten. Aan het einde van Duitslands periode als EU-voorzitter moet er een voorstel liggen. De tijd van reflectie is voorbij.”
Bas de Rue is redacteur van het Duitslandweb.



