- Inleiding
- Verkiezingsnieuws
- Verkiezingsavond
- Stemwijzer
- Hoofdrolspelers
- Weblog
- Peilingen
- Achtergrond
- Partijen
- Verkiezingsthemaxs
- Politiek stelsel
- Opinie
- Hard tegen hard
- Opmerkelijk
Thema: Milieubeleid
Energievraagstuk beheerst discussie over milieubeleid
1-nov-0005
Vlaggenschip
van het rood-groene milieubeleid is de zogeheten Atomausstieg; het
voornemen van de regering-Schröders om te stoppen met de productie van
kernenergie. Alle 17 kerncentrales in Duitsland moeten rond 2021 gesloten zijn.
De coalitie maakt werk van de Ausstieg; inmiddels zijn al twee
kerncentrales gesloten. In mei viel na
37 jaar het doek voor Duitslands oudste reactor, in het Württembergse
plaatsje Obrigheim.
Radioactief afval en veiligheidsrisico’s maakten volgens de rood-groene coalitie het afscheid van het atoomtijdperk noodzakelijk. Volgens milieuminister Jürgen Trittin (Die Grünen) is “geen enkele bestaande kernreactor honderd procent veilig en nergens is het probleem opgelost waar het kernafval heen moet. Kernenergie is niet duurzaam”. Het verkiezingsprogramma van Die Grünen verwijst waarschuwend naar de ramp in de Oekraïense kerncentrale Tsjernobyl in 1986.
Transport en opwerking van nucleair afval heeft de rood-groene regering sinds juli aan banden gelegd. Bij opwerken worden plutonium en uranium voor hergebruik uit het afval gehaald. Voorheen vertrokken speciale treinen – zogeheten Castor-transporten, naar de naam van de containers – met Duits kernafval vanuit de opslagplaats Gorleben voor opwerking naar Frankrijk, vervolgens keerden de containers met het opgewerkte afval weer terug naar Duitsland. De atoomtransporten gingen steevast gepaard met hevige protesten van omwonenden en milieuactivisten die zich aan de rails ketenden. Kerncentrales moeten hun afval nu voorlopig zelf opslaan. Milieuminister Trittin is op zoek naar een geschikte, definitieve opslagplaats voor het Duitse kernafval.
Het
rood-groene alternatief voor ‘vuile’ energiebronnen (kolen en olie) heet
duurzame energie: uit water, zon en vooral wind. Dit moet Duitse huishoudens
voorzien van een schone en onuitputtelijke bron van ecostroom. Bij deze
omwenteling spelen niet alleen milieu-overwegingen een rol; ook de hoge
olieprijzen jagen de zoektocht naar alternatieve energiebronnen aan.
Duizenden windmolens zijn in de afgelopen jaren in de Bondsrepubliek verrezen, met name in het noorden en noordoosten. Als geen andere regering stimuleerde rood-groen de aanleg van windmolenparken, met als gevolg een ware bouwwoede. Inmiddels draaien in de Bondsrepubliek meer dan 16.000 windmolens. Dat is meer dan in enig ander land. Grote offshore-parken in de Noordzee zijn al gepland. Nu al produceert Duitsland vier keer zo veel windenergie als de Verenigde Staten. “Deutschland Windkraftweltmeister”, juichte milieuminister Trittin. In 2020 moet het aandeel windenergie 14 procent bedragen van het totale verbruik. In 1998 was dat nog 1 procent.
De windmolenhype kent echter ook keerzijden. De kosten van de ambitieuze uitbreiding dreigen op lange termijn de pan uit te rijzen. Bovendien zijn voor veel omwonenden de gigantische parken – sommige molens zijn honderden meters hoog, met bladen van 50 tot 60 meter lang – een doorn in het oog. Ook dreigt bij harde wind het elektriciteitsnet overbelast te raken, met als paradoxaal gevolg dat molens bij stevige wind juist uitgeschakeld moeten worden. Veelgehoorde kritiek is dat de regering, ondanks de heisa rond windenergie, eigenlijk geen doortimmerde visie heeft op de energievoorziening van de toekomst.
Een ander, belangrijk streven van de rood-groene regering is vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, met name CO2. Windmolens spelen hierbij een belangrijke rol, maar de regering-Schröder grijpt ook naar andere middelen. In 1999 voerde zij een ecobelasting in op benzine, diesel en stroom. Plots moesten Duitse automobilisten aan de pomp meer betalen. De nieuwe belasting, die bovendien jaarlijks in stappen werd verhoogd, was bij de Duitsers direct bijzonder impopulair. Inmiddels is de storm rond de ecobelasting wat gaan liggen, zelfs felle tegenstander CDU/CSU wil de heffing niet meer afschaffen. Maar nieuwe verhogingen, daar willen de christen-democraten niet aan.
Het
Kyoto-protocol, dat in februari van kracht werd, speelt ook een belangrijke rol
in de strijd tegen de uitstoot van broeikasgassen. Deelnemende
geïndustrialiseerde landen hebben zich verplicht in de periode 2008-2012 hun
uitstoot te verminderen met 5,2 procent ten opzichte van het ijkjaar 1990. De
Bondsrepubliek doet het goed: het land heeft zijn uitstoot al met 19 procent
verminderd, met name dankzij sluiting van verouderde fabrieken in
Oost-Duitsland. In 2012 moet de uitstoot in totaal 21 procent minder zijn.
Milieuminister Trittin wil dat onder meer klaarspelen met de internationale
handel in emissierechten – landen en bedrijven mogen volgens Kyoto vastgestelde
quota aan uitstoot produceren; blijven ze daaronder, bijvoorbeeld door gebruik
van milieuvriendelijke technieken, dan mogen ze hun overschot aan
uitstootrechten doorverkopen.
Zwakke plek van Kyoto is dat landen met de grootste CO2-uitstoot niet aan het protocol meedoen. De Verenigde Staten willen niet en opkomende economieën als China en India zijn vrijgesteld. Reden voor CDU/CSU lijsttrekker Angela Merkel, minister van Milieu onder Helmut Kohl, te pleiten voor een ‘Kyoto-plus’.
Het energievraagstuk heeft de discussie over de inzameling van afval naar de achtergrond verdrongen. In januari 2003 werd in Duitsland de Dosenpfand-regeling, de verplichte heffing van statiegeld op drankverpakkingen die niet hergebruikt kunnen worden, van kracht. Deze maatregel is nog steeds omstreden, maar komt in de huidige verkiezingsdiscussie nauwelijks naar voren.
SPD
De
sociaal-democraten houden vast aan de Atomausstieg. Ook wil de
SPD het gebruik van duurzame energie verder bevorderen; de
nodige investeringen en het gebruik van nieuwe technologieën moeten bovendien
nieuwe arbeidsplaatsen opleveren. De partij wil meer onderzoek naar
milieuvriendelijke kolencentrales. De definitieve opslag van radioactief afval
vinden de sociaal-democraten een ‘nationale verantwoordelijkheid’.
CDU/CSU
Ook
de christen-democraten willen de Energiewende, maar dan in omgekeerde
richting. De CDU/CSU wil de kerncentrales niet sluiten, maar
juist langer in gebruik houden. Nieuwe centrales bijbouwen, daar ziet de partij
voorlopig van af. Het rood-groene enthousiasme voor groene stroom deelt de
partij niet, al wil de CDU/CSU de speurtocht naar alternatieve energiebronnen
blijven stimuleren. De christen-democraten voelen zich echter niet verplicht
vast te houden aan het rood-groene streven het aandeel duurzame energie in 2020
op 20 procent te brengen. Zij willen een einde maken aan de "exorbitant hoge"
subsidies voor duurzame energie, dit alles onder het motto "minder ideologie,
meer verstand".
Bündnis 90/Die Grünen
"Weg
vom Öl und Atom": Die Grünen zetten nog
sterker in op duurzame energie dan voorheen. In 2020 moet maar liefst een kwart
van alle energie voortkomen uit milieuvriendelijke bronnen. Subsidies op kolen
moeten verdwijnen en alle kerncentrales moeten zo snel mogelijk dicht. Die
Grünen doen nog een forse schep bovenop de Kyoto-doelstellingen: In 2020 wil de
milieupartij dat in Duitsland de uitstoot van broeikasgassen met 40 procent is
gedaald. Verder willen Die Grünen dat de investeringen in spoorwegen op
hetzelfde niveau komen als de investeringen in snelwegen. Vrachtvervoer moet zo
veel mogelijk over het spoor plaatsvinden, het aantal vrachtwagens op de
snelwegen moet omlaag.
FDP
Het
afscheid van kernenergie vindt de FDP "een verkeerde stap". De
partij vreest dat, zolang het niet duidelijk is wat in de plaats komt voor
kernenergie, de Duitse economie juist afhankelijker zal worden van fossiele
brandstoffen. De liberalen maken zich sterk voor een ‘brede mix’ aan
energiesoorten. Duurzame energie moet daarin een belangrijke rol spelen om de
Duitse afhankelijkheid van olie en gas te verminderen. De bouw van een
definitieve opslagplaats voor atoomafval krijgt prioriteit.
Die Linkspartei.PDS
Ook
de nieuwe Linkspartei zet zijn kaarten op
duurzame energie en pleit voor de snelle sluiting van alle Duitse kerncentrales.
Gebruik van zonne-energie wil de partij met grote, internationale
samenwerkingsprojecten bevorderen. De socialisten willen ‘Milieu-onvriendelijke
subsidies’ schrappen. Uitstoot van broeikasgassen door industriestaten moet in
2050 minstens met 90 procent zijn gedaald.
Bas de Rue is historicus en freelance journalist.
Op de sites van de partijen zijn de verkiezingsprogramma's te downloaden als pdf of online in te zien.

De meeste media bieden online een overzicht over de belangrijkste partijstandpunten per thema. Zie bijvoorbeeld Heute.de.