- Inleiding
- Verkiezingsnieuws
- Verkiezingsavond
- Stemwijzer
- Hoofdrolspelers
- Weblog
- Peilingen
- Achtergrond
- Partijen
- Verkiezingsthemaxs
- Politiek stelsel
- Opinie
- Hard tegen hard
- Opmerkelijk
De weg naar 18 september
Hoe en waarom van vervroegde verkiezingen
1-jun-0005
Kanselier Gerhard Schröder (SPD) riep vrijwel direct na bekend worden van de uitslagen van de verkiezingen op 22 mei in NRW op tot vervroegde Bondsdagverkiezingen. Na een lange reeks verkiezingsnederlagen op deelstaatniveau had de SPD nu ook de deelstaat verloren die als haar thuisland kon worden beschouwd – de partij had er 39 jaar lang de dienst uitgemaakt. De oproep tot nieuwe verkiezingen kan dan ook het beste begrepen worden als een ultieme poging het voor de SPD desastreuze tij te keren.
De laatste deelstaatverkiezingen voor de landelijke verkiezingen in 2006 hebben de verhoudingen in de Bondsraad, de deelstaatvertegenwoordiging in Berlijn, definitief en met grote cijfers in het voordeel gebracht van de oppositie. Vooral de oppositiepartijen ter rechter zijde, CDU, CSU en FDP zien niets in Schröders hervormingsplannen en hebben te kennen gegeven deze in de Bondsraad waar mogelijk te blokkeren. Met daarnaast een minieme meerderheid voor de rood-groene regeringscoalitie in de Bondsdag is Schröder bang in zijn laatste reguliere regeringsjaar al zijn energie te moeten stoppen in het bereiken met compromissen en feitelijk niet meer aan regeren toe te kunnen komen.
Kleur bekennenVervroegde verkiezingen leiden niet tot een herschikking van de Bondsraad, maar Schröder zou een verkiezingsoverwinning kunnen inzetten als nieuwe legitimatie van zijn hervormingsprogramma. De oppositie zou zijn wetsvoorstellen in dat geval minder gemakkelijk kunnen blokkeren. Vooral heeft hij met zijn verrassingsaanval echter vriend en vijand gedwongen tot daadkracht en kleur bekennen. Binnen zijn eigen SPD borrelde het uit onvrede over zijn hervormingskoers. De verkiezingscampagne zal nu onverbloemd duidelijk maken waarvoor de SPD staat. Leden die zich daarmee niet kunnen verenigen kunnen ter linkerzijde overstappen naar de bond tussen WASG en PDS, de Demokratische Linke.PDS.
Op hun beurt rekenden de belangrijkste oppositiepartijen CDU en CSU erop de aanloop naar de geplande Bondsdagverkiezingen in september 2006 strategisch te kunnen aangaan. Om zich niet in de eigen vingers te snijden hadden ze daarom, in een periode waarin de SPD bij de Duitse bevolking de gebeten hond was, moeilijke beslissingen nog zoveel mogelijk voor zich uitgeschoven. Zij werden nu gedwongen haast te maken met het aanwijzen van hun gemeenschappelijke kanselierskandidaat en de inhoudelijke uitwerking van hun verkiezingsprogramma. Dit was Schröders winst.
ProbleemAan de andere kant kreeg de bondskanselier te maken met een ernstig probleem. In Duitsland kan een regering alleen nieuwe verkiezingen uitschrijven, als sprake is van een regeringscrisis. De Duitse grondwet voorziet bewust niet in de mogelijkheid voor de Bondsdag om zichzelf bij meerderheidsbesluit te ontbinden, om te voorkomen dat partijen net zo vaak nieuwe verkiezingen kunnen uitschrijven tot hen de uitkomst bevalt. Dit was het geval in de Republiek van Weimar, waarbij de situatie in de jaren 1930 uiteindelijk leidde tot de machtsovername door Hitlers NSDAP in 1933.
Van een regeringscrisis kan evenwel alleen worden gesproken, wanneer het kabinet niet meer de meerderheid van de Bondsdag achter zich weet. In dat geval kan de bondskanselier de Bondsdag de zogenaamde vertrouwensvraag stellen. Als die voor hem negatief uitvalt – en het parlement feitelijk het vertrouwen in de kanselier opzegt – treedt hij af en worden nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Schröder kan echter moeilijk beweren de meerderheid van de Bondsdag tegen zich te hebben, aangezien zijn rood-groene regeringscoalitie over 304 van de 601 zetels in de Bondsdag beschikt en hem tot nog toe altijd in zijn beleid steunde. Bovendien is grondwetsartikel 68, dat de vertrouwensvraag mogelijk stelt, in wezen bedoelt om mét het vertrouwen van de Bondsdag verder te kunnen regeren, niet om tussentijds af te treden.
VertrouwensvraagToch wil kanselier Schröder via de vertrouwensvraag zijn aftreden ensceneren. In een mondelinge verklaring die hij na een gesprek met bondspresident Horst Köhler op 9 juni uitgaf, heeft hij duidelijk gemaakt dat hij meent “aan de voorwaarden om artikel 68 van de grondwet in te zetten voldaan” te hebben. Op welke wijze hij dat ziet zal hij evenwel pas op 1 juli, de dag waarop hij de vertrouwensvraag aan de Bondsdag zal stellen, bekendmaken.
Wel lijkt reeds bekend hoe hij zich van onvoldoende steun van de Bondsdag wil verzekeren. Lange tijd werd gedacht dat hij de vertrouwensvraag zou koppelen aan een omstreden wetsvoorstel. Met het verwerpen van dat voorstel mede door zijn coalitie zou hij de onvoldoende steun van het parlement hebben kunnen aantonen. In dezelfde verklaring van 9 juni heeft hij echter te kennen gegeven, dat “de vertrouwensvraag niet met een wetsbesluit verbonden zal worden.”
In plaats daarvan lijkt hij zich te willen verzekeren van succes door zijn ministers, of een aantal van hen, zich te laten onthouden van stemmen. In een commentaar in opinieweekblad Der Spiegel wordt deze mogelijkheid weliswaar juridisch als weinig omstreden aangeduid, maar als niet zeer wenselijk beschouwd: “Psychologisch brengt deze mogelijkheid fatale associaties voor de kiezer met zich mee – hoe kijkt men niet tegen een regering aan, waarvan de ministers klaarblijkelijk geen vertrouwen meer schenken in de kanselier.”
Grondwettelijk
De beslissing of de vertrouwensvraag op grondwettelijke basis is gesteld, is uiteindelijk aan bondspresident Köhler. Als op 1 juli blijkt dat een meerderheid van de Bondsdag haar vertrouwen in Schröder opzegt, moet hij volgens artikel 68 binnen 21 dagen het aftreden van de bondskanselier accepteren danwel weigeren. Uiterlijk op 22 juli wordt dus duidelijk of in september nieuwe verkiezingen plaatsvinden. De verwachting is echter dat Köhler niet de maximale termijn nodig heeft om tot een beslissing te komen, mede door de verschillende gesprekken die hij reeds met Schröder heeft gevoerd en waarin hij waarschijnlijk op de hoogte is gesteld van diens plannen.
Voor Köhler staat overigens wel wat op het spel. Schröders verwachte aftreden via de vertrouwensvraag kan worden aangevochten bij het Bundesverfassungsgericht, de hoogste Duitse rechtsinstantie. Die zal bepalen of de gevolgde procedure grondwettelijk toegestaan was of niet. Als Köhler Schröders aftreden accepteert, maar het Bundesverfassungsgericht het vervolgens afwijst, staat Schröder natuurlijk te kijk, maar zal ook Köhler zich blameren. Hij zal daarom zeker juristen bij zijn beslissing betrekken.
SpeelruimteBovendien voorziet de Duitse grondwet in een zekere speelruimte voor de bondskanselier, om zelf te bepalen of hij zijn situatie beschouwd als een regeringscrisis of niet. Als Schröder op 1 juli daarom niet op basis van nieuwe feiten een crisis kan aantonen, zou hij om af te kunnen treden feitelijk niets meer hoeven doen dan hard maken, dat hij met de nog voorhanden meerderheid in de Bondsdag niet verder kan regeren. Het Bundesverfassungsgericht kan in dat geval slechts de plausibiliteit van zijn argumentatie beoordelen.
Het is echter geenszins uitgesloten, dat niemand naar het Bundesverfassungsgericht stapt. Zowel binnen regering als oppositie bestaat overeenstemming over de wenselijkheid van nieuwe verkiezingen. De verkiezingscampagnes raken al grotendeels op gang, dus in Berlijn heeft niemand belang bij het niet doorgaan van de verkiezingen.
Nieuwe verkiezingenDie nieuwe verkiezingen moeten overigens plaatshebben binnen zestig dagen na Köhlers besluit, dus uiterlijk vóór 22 september. De algemene verwachting is dat zij op de laatste zondag voor die datum, dus op zondag 18 september zullen plaatsvinden. Dan zijn in alle deelstaten de vakanties voorbij en hebben de partijen de maximale tijd om zich op de verkiezingen voor te bereiden.
Pim Huijnen is redacteur van het Duitslandweb.

Het Bundesverfassungs-gericht heeft een uitstekende website, waarop veel achtergrondinformatie te vinden is, onder meer over alle aangestelde rechters en de organisatiestructuur van het gerechtshof. Daarnaast zijn alle beslissingen die het gerechtshof sinds 1998 heeft genomen op de website terug te vinden.


Het Bundesverfassungs-gericht, het constitutioneel gerechtshof, in Karlsruhe is de hoogste rechtsprekende macht in Duitsland. Dit gerechtshof is in 1951 opgericht en waakt over de grondwet. Het bestaat uit twee senaten van elk acht rechters. De rechters van elke senaat worden voor de helft gekozen door de Bondsraad en voor de andere helft door een kiescommissie van de Bondsdag. Uitgebreidere informatie over het Bundesverfassungsgericht staat in het Naslagwerk.
