© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Lidstaat of partner met privileges?

Duitsland verdeeld over status Turkije binnen EU

5-okt-0005Mark Schenkel

(5 oktober 2005) Begin deze maand heeft de Europese Unie de beloofde toetredingsonderhandelingen met Turkije eindelijk gestart. De rood-groene bondsregering is altijd voorstander geweest van van de Turkse toetreding tot de Europese Unie. De CDU/CSU heeft daar vanuit de oppositie fel tegen gepleit. Zij verwacht - nog altijd - meer heil van een alternatieve status voor Turkije.

Premier Erdogan van Turkije met bondskanslier Schröder tijdens een gezamenlijke persconferentie

De regering van SPD en Die Grünen was verklaard voorstander van onderhandelingen tussen de Europese Raad van regeringsleiders en Turkije over toetreding van laatstgenoemde tot de Europese Unie. Het positieve advies dat de Europese Commissie begin oktober 2004 uitbracht over de opname van toetredingsonderhandelingen, werd door kanselier Schröder bekrachtigd tijdens de Europese top in december 2004. Begin oktober 2005 zijn die gesprekken met Turkije over omzetting van de sinds 1999 geldende status van kandidaat-lidstaat in die van volwaardig EU-lid daadwerkelijk gestart.

Economische overwegingen

De rood-groene regering baseert haar pro-Turkse standpunt voor een belangrijk deel op economische overwegingen. De Bondsrepubliek vormt de belangrijkste handelspartner van Turkije, zowel qua import als qua export. Opname van de zeventig miljoen Turkse consumenten in de Europese vrijhandelszone zou een flinke injectie kunnen geven aan de stroef draaiende Duitse economie. Daarnaast vreest Berlijn voor de consequenties die een "nee" in dit vergevorderde stadium zou kunnen hebben voor de politieke betrekkingen tussen Europa en Turkije.

Omdat de Turken al sinds 1963 een begin met de toetredingsonderhandelingen in het vooruitzicht wordt gesteld, zou verder uitstel - laat staan afstel - de verhoudingen met dit geostrategisch gezien zo belangrijke land voor de nabije toekomst ernstig verstoren. De onvrede die een 'motie van wantrouwen' onder Turken zou veroorzaken, zou bovendien niet bepaald bevorderlijk zijn voor het integratieproces van de tweeënhalf miljoen Turken in Duitsland.

Criteria

Om voor definitieve toetreding in aanmerking te komen, zal Turkije moeten voldoen aan de zogeheten criteria van Kopenhagen. Deze criteria, vastgelegd in 1993, bepalen dat de EU alleen toegankelijk is voor democratische rechtsstaten met een stabiele economie. Hoewel Turkije op dit punt niet onomstreden is - Ankara is in het recente verleden vaak bekritiseerd vanwege het hanteren van de doodstraf, de repressie van de Koerdische minderheid, de enorme inflatie en de grote invloed van het leger op de Turkse politiek -, wezen Schröder en zijn minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer (Die Grünen) liever op de vooruitgang die Turkije onder leiding van de huidige premier Erdogan had geboekt.

Zo is bijvoorbeeld de doodstraf in 2002 officieel afgeschaft. Daarnaast hoopt de regering dat de onderhandelingen Ankara zullen aanmoedigen om ook het laatste stapje richting de democratische rechtsstaat te wagen. Naar verwachting duurt het na de start van de onderhandelingen overigens nog ruim een decennium eer Turkije daadwerkelijk tot de Unie behoort.

Partnerschap

Affiche van het CDU/CSU-offensief voor een andere Turkije-beleidOppositiepartij CDU/CSU blijft zich tegen een volwaardig Turks lidmaatschap van de EU uitspreken. De partij presenteerde begin 2004 een alternatief: een 'geprivilegieerd partnerschap'. Volgens deze constructie zou Turkije bij de gemeenschappelijke verdedigings- en veiligheidspolitiek worden betrokken, zonder volwaardig lid van de EU te worden. Ankara zou bovendien wel tot de vrijhandelszone mogen toetreden, maar niet van de gulle landbouwsubsidie mogen profiteren.

Het aanbod van een 'geprivilegieerd partnerschap' kan worden beschouwd als middel om druk op de Turkse hervormingsketel te houden: de CDU/CSU wil het risico vermijden dat Turkije tot de EU toetreedt voordat Ankara daadwerkelijk een eind heeft gemaakt aan de folteringen en mishandelingen. Om die reden heeft de partij haar beleid nog niet gewijzigd, nu de onderhandelingen binnenkort van start gaan. Het is nog onduidelijk hoeveel invloed de CDU/CSU op de start van die onderhandelingen kan uitoefenen, als de partij de nieuwe regering van Duitsland gaat vormen.

Islamofobie

Vanwege haar sceptische standpunt ten aanzien van een Turks EU-lidmaatschap is de CDU/CSU herhaaldelijk een fobie voor de islam verweten. Onder het voorwendsel van politiek-economische criteria zouden de christen-democraten vooral proberen moslims buiten de Europese deur te houden. Voor een deel van de partij gaat dit argument ongetwijfeld op; met name bij de conservatieve, katholieke afdeling van de christen-democraten, de Beierse CSU, lijkt angst voor een cultureel-godsdienstige Überfremdung af en toe raadgever te zijn in het politieke debat.

CDU-voorzitster Angela Merkel versterkte deze indruk nog door in het najaar van 2004 voor te stellen om een handtekeningenactie te beginnen tegen onderhandelingen met Turkije. Zij heeft dit initiatief moeten loslaten als gevolg van de storm van protest die zij losmaakte binnen haar eigen partij en onder neutrale kiezers. De christen-democraten werden beticht van populisme en rechts-radicale sentimenten.

Daar neemt niet weg dat onderzoeken van verschillende mensenrechtenorganisaties het CDU/CSU-standpunt onderschrijven, dat Turkije wat betreft de mensenrechten beslist nog niet aan de Europese voorwaarden voldoet. Zo stelde Amnesty International in een rapport uit 2003: "Tijdens verhoren worden mensen steeds weer slachtoffer van foltering en mishandelingen". De christen-democratische scepsis ten aanzien van Turkije is dus niet helemaal ongegrond.

Onderzoek wijst bovendien uit dat de meeste Duitsers het plan van de CDU/CSU ondersteunen. Hoewel een meerderheid in principe bereid is Turkije tot de EU toe te laten, heeft het Centrum voor Turkije-studies in Essen aangetoond dat 33 procent van de Duitsers dit in de vorm van een volledig lidmaatschap zou willen zien gebeuren, en maar liefst 57 procent via een 'geprivilegieerd partnerschap'.

Beide mogelijkheden staan momenteel nog open. De onderhandelingen zullen uitwijzen welke status Turkije uiteindelijk krijgt. Maar zoals gezegd zal dat nog minstens tien jaar op zich laten wachten.

Mark Schenkel is historicus en schrijft regelmatig artikelen voor het Duitslandweb.

Duitslandweb
feed link
Zentrum für Turkeistudien
Trivia

Het Zentrum für Turkeistudien, een instituut aan de Universiteit van Duisburg-Essen, heeft onderzoek gedaan naar de houding van de Duitse bevolking ten opzichte van een Turkse toetreding tot de EU.

Houding ten opzichte van een Turkse toetreding tot de EU

 

 

 


Het volledige onderzoek is in pdf-formaat te vinden op de website van het Zentrum für Turkeistudien.